De confrontatie

De confrontatie tussen Christoph Vandenbulcke, nationaal secretaris lokale en regionale besturen, en Wim Dries, voorzitter van VVSG.

Een van de resultaten van het Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA 5) voor de social/non-profitsectoren is een koopkrachtstijging van 1,1%. Maar op lokaal en regionaal niveau komt slechts een derde van het personeel daarvoor in aanmerking. ACV Openbare Diensten eist van de werkgevers van de lokale besturen dat ze een evenredig budget voorzien voor alle personeelsleden. Het overleg hierrond lijkt muurvast te zitten. Na een actie begin oktober hebben de werkgevers toegezegd om rond de tafel te willen gaan zitten om tot een akkoord te komen. We confronteren vakbond en werkgever met elkaars standpunten.

CHRISTOPH VANDENBULCKE “Ja, er is een kalender vastgelegd maar we kiezen er blijkbaar voor om in de loopgraven te blijven zitten.”

WIM DRIES “Loopgraven? We hebben altijd begrip voor jullie standpunt getoond. En we beseffen ook wel dat we, na zoveel jaren van stilstand, een inspanning moeten doen om jullie tegemoet te komen. We hadden er wel problemen mee dat jullie onmiddellijk na Via 5 de vraag gingen stellen voor eenzelfde verhoging voor de rest van het personeel.

Voor alle duidelijkheid: we zijn daartoe bereid maar dan moet Vlaanderen mee in het bad. En op dat vlak laten ze ons financieel wel in de steek. Het liep al mis met de taxshift, waar de lokale besturen geld misliepen.”

CV “Dat is vooral een politiek verhaal. U spreekt nu als burgemeester maar ik denk dat u binnen uw politieke familie toch wel door kan wegen.”

WD “Er is geen draagvlak om de taxshift open te trekken. Het zou gaan over 192 miljoen extra die we daardoor mislopen.”

CV “U kent onze ambities. Dit is een historisch moment om als sector te ageren. En dat doen we nu niet. We moeten een sectoraal akkoord afsluiten, maar als we met elk van de 300 gemeenten afzonderlijk blijven onderhandelen, komen we nergens. We moeten dat solidariseren en om de zoveel tijd binnen de sector afspraken maken over een minimum invulling van de arbeidsvoorwaarden. Dat bepaalde besturen een marge willen hebben om andere beslissingen te nemen tot daaraan toe. Ik vind het zonde dat dit debat over het personeel herleid wordt tot een debat over centen. Lokale en regionale besturen schieten in het algemeen tekort op het vlak van human resource management. Men vergeet de juiste context te creëren waarin mensen optimaal een beleid kunnen uitvoeren. Dat gaat niet alleen over verloning.”

WD “Die verloning is de laatste 15 jaar wel wat verbeterd.”

CV “Niet voor iedereen hé. Voor de algemeen directeurs werd zonder uitzondering en zonder te kijken naar hun kwaliteiten 30% opslag gegeven. Dat is een non-beleid.”

Voelt u iets voor een sectorakkoord?

WD “Daar wordt het inderdaad tijd voor. We zouden ten laatste de lokale besturen tegen zomer 2019 hierover willen informeren zodat ze hun meerjarenplannen hierop kunnen af- stellen. We gaan daarom samen met de bon- den afspraken vastleggen. Die 1,1% verhoging is een duidelijk vraag van de bonden maar wij hebben ook een aantal vragen. Zo zitten er in de rechtspositieregeling (RPR) nog een aantal knelpunten. Wij willen over drie zaken spreken, die voor de bonden ook belangrijk zijn: de pensioenlast die als een boemerang op de gemeentes afkomt, de tweede pensioenpijler voor de contractuelen en een verdere professionalisering van ons personeel. Wij willen meer richting HRM evolueren. We constateren dat gemeentes niet meer groeien in personeel, eerder afslanken. In ruil zie je nu wel meer gekwalificeerde mensen aan het werk, op alle niveaus. Op de competenties van het personeel moeten we meer inzetten. Natuurlijk moeten we ook kijken naar het punt van de koopkracht, dat is jullie vraag. Daarom wil ik zeker de piste van een op te richten sectorfonds bekijken. Maar daarnaast vind ik dat regionale besturen meer autonomie moeten krijgen.”

CV “Momenteel kan die autonomie niet werken. Omdat je in het keurslijf van het Vlaams beleid zit dat het financieel beheer van de lokale besturen verankerd heeft. En  de huidige financieringsmarge is veel te klein. Dit zijn de feiten. Net als het feit dat iedereen de problemen rond de pensioenen zag aankomen. Maar iedereen dacht dat er wel een of ander bestuursniveau te hulp zou springen. Wat niet gebeurd is. Het probleem is er nu en het moet opgelost worden. Net als de tweede pensioenpijler. Ik wil daarom verder gaan dan een sectorfonds als dusdanig. Het moet een kader worden waarmee we als sector kunnen ageren en een gemeenschappelijk standpunt kunnen innemen. Nu worden vakbonden en VVSG vaak tegen elkaar uitgespeeld, terwijl we uiteindelijk dezelfde belangen dienen: onze sector.”

WD “Absoluut, maar de kritiek die we vaak krijgen dat er lokaal niets gebeurd zou zijn, is onjuist. Naar lonen toe maar ook naar werkbaar werk, thuiswerk, de vergroening van het werk, mobiliteit. Daar mag meer innovatie in komen want ik voel dat werknemers daarin mee willen stappen. Steeds meer jongeren komen bij ons werken vanuit een ideologisch standpunt, voor het algemeen belang. En bij hen merk je dat er ook andere zaken belangrijk zijn in een werkgever-werknemersrelatie dan enkel verloning.”

Wordt het op die manier geen of-of-verhaal tijdens de onderhandelingen?

CV “Dat kan niet. Wij vragen niet meer dan wat er interprofessioneel afgesproken werd wat looneisen betreft. Maar nog belangrijker is ons pleidooi voor een sectorakkoord. Wij zijn de grootste overheidssector, een belangrijke economische motor in dit land. We dragen zoveel bij aan de economie terwijl we aan de schuldenlast bijna niets bijdragen. We hebben zoveel troeven, maar we verkopen onszelf als sector heel slecht.”

WD “Zo’n sectorfonds behoort tot de mogelijkheden maar  we moeten ook concreet over een aantal zaken spreken. Over de 1,1%, de pensioenen, de tweede pijler, maar evengoed over de ruimte die lokale besturen moeten krijgen om zaken zelf uit te voeren. Ik verwacht niet de big bang tijdens onze onderhandelingen maar wel een goede aanzet voor hoe we de komende jaren gaan samenwerken. Vergeet niet dat er op federaal en Vlaams niveau veel maatregelen genomen worden boven onze hoofden heen. Daar willen we in de toekomst meer impact op hebben.”

CV  “Heel mooi maar we hebben toch een aantal kansen gemist. De rechtspositieregeling ligt nu ergens stof te vergaren. Daar zijn wij en jullie niet blij mee. Ik denk dat wij samen een beter voorstel zouden kunnen maken.”

WD “Dan moeten we dat doen.”

CV “Vlaanderen voert een politiek van verdeel en heers. Ze gooien een probleem dat ze zelf hebben gecreëerd, zoals rond de pensioenen, in het midden en zeggen vervolgens dat het vanaf nu ons probleem is. Werknemers en werkgevers worden gewoon tegenover elkaar uitgespeeld, maar ook de besturen onderling. De huidige financiering is pure waanzin."

WD “Ze hebben inderdaad de afzonderlijke toelages die we kregen voor onze verschillende werkingen op een hoop in het gemeentefonds gegooid, zodat die vrij te gebruiken zijn, maar hebben die niet geïndexeerd zodat we er financieel op achteruitgaan.”

Wat houdt jullie tegen om het samen aan te pakken?

CV “We moeten het gewoon doen, niets doen is geen optie. We zijn veroordeeld tot elkaar.”

WD “Over veel zaken denken we in dezelfde richting. We zouden samen kunnen vastleggen wat lokale besturen de komende zes jaar moeten doen. Dat zou ook in het regeerakkoord van de komende regering moeten komen.”

CV “Het is belangrijk dat we een legislatuur kunnen plannen.”

WD “Die opportuniteit zie ik ook. We hebben nu een jaar om dat te doen. Met de nieuwe lokale besturen die net een nieuw plan voor de komende zes jaar hebben gemaakt, en net voor de federale en Vlaamse verkiezingen. Een mooi moment voor werkgevers en werknemers om samen een sterk verhaal te maken.”

Wat is voor jullie een ‘no go’ tijdens de onderhandelingen? 

CV  “Ik heb er geen. Voor mij mag alles op tafel komen, we moeten sowieso als sector naar buiten komen. Dat zal nooit allemaal in een keer lukken. Maar waar ik niet aan meedoe is een onderhandelingsspelletje waarbij de bakens bewust ver uiteengezet worden om zo tot een flauw compromis te kunnen komen. Als ik spreek dan is mijn woord, het woord van de vakbond. En dat zou u als voorzitter van de VVSG ook moeten kunnen bewerkstelligen.”

WD “Voor ons zijn er op dit moment ook geen no go’s. We zijn natuurlijk wel beperkt in onze mogelijkheden. Maar dat wil niet zeggen dat we creatief kunnen zijn om tot oplossingen te komen. We hechten ook veel belang aan de lokale autonomie, we zijn met 300 gemeentebesturen, 300 ver- schillende culturen. Sectorale akkoorden worden gekenmerkt door een goed kader voor het personeel, maar ook door zekere beperkingen. Dus moeten we ruimte geven aan die autonomie.”

CV “Ja maar als je ziet dat op het vlak van de tweede pensioenpijler nog altijd zes ‘opstandige’ gemeentes niets geven aan hun personeel. Maaltijdcheques: hetzelfde verhaal. Laat ons daarom eerst tot een kader komen, dan hoeven we daar niet meer over te discussiëren. Dat heeft niets te maken met inperking van autonomie.” 

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.