Afschaffing medisch pensioen

De confrontatie tussen onze medewerker pensioenen en het diensthoofd pensioenen van Medex.

Personeelsleden in de overheidssector die langdurig ziek zijn kunnen voortijdig door hun werkgever verplicht op pensioen worden gesteld. De regering wil dat stelsel van pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid afschaffen. Joris Lermytte, stafmedewerker pensioenen en lokale besturen van ACV Openbare Diensten sprak met Paul Brems, diensthoofd pensioenen van de medische expertisedienst Medex, over de oorzaken en de gevolgen van die maatregel. 

 

PAUL BREMS: “De overheidspensioenen worden geregeld door een wet uit 1844. Een eerste versie bepaalde dat een vastbenoemd amb­tenaar die te ziek is om nog te werken zijn pensioen mocht aanvragen. Er zijn blijkbaar misbruiken geweest, want ik heb parlementaire vragen uit die tijd teruggevonden als ‘Kan men aanvaarden dat een ambtenaar die een arm of een been verliest in een duel met een andere ambtenaar aanspraak maakt op een pensioen ten laste van de staat?’ Daarop werd de pensioencommissie opgericht, bestaande uit 2 artsen, die aanvragen voor de vervroegde pensioenstelling beoordelen. Nu doet de werkgever de aanvraag en is een ambtenaar niet gehaast om de procedure te versnellen, hij kan toch nooit meer krijgen dan wat zijn wettelijk pensioen hem oplevert.”

Het einde is aangekondigd

JORIS LERMYTTE: “Pensioenen wegens lichamelijke ongeschiktheid zijn gemiddeld een derde lager. Mensen die nu langdurig ziek zijn, verkeren in grote onzekerheid.”

PAUL: “Ja en nee. Het einde van de pensioencommissie is aangekondigd door minister Bacquelaine. De bedoeling is mensen langer aan het werk houden en langdurig zieken proberen te re-integreren. Of dat lukt, moeten we nog zien. Het huidige systeem is zeer nadelig voor mensen die op jonge leeftijd een ernstige ziekte krijgen. Die worden professio­neel dood verklaard, want als je door een overheid ontsla­gen wordt omdat je te ziek bent, maak je weinig kans in de privésector. Een ambtenaar die op latere leeftijd ziek wordt, kan vaak nog een groot aantal ziektedagen opnemen. Voor iemand met een lange carrière kan het systeem dus voordelig zijn. Er moet ergens een lijn getrokken worden. Tussen die 9.000 dossiers die we per jaar krijgen, zitten personen die fysiek niets mankeren, maar het gewoon beu zijn. Een aantal hebben dan weer een conflict met hun werk­gever. Er zijn ook werkgevers waar iemands dossier jaren in de kast blijft liggen. Of waar met onze beslissing A4 (geschikt voor aange­past werk) niets gedaan wordt.”

JORIS: “Dat is de kern van het probleem. Wij hebben behoefte aan verdere stappen bij die re-integratie en dat veronderstelt de creatie van arbeidsplaatsen. Daar schiet men echt te kort.”

PAUL: “Er zijn ook goede voorbeelden. Stad Gent, Havenbedrijf Antwerpen, UZ Gent… In kleinere instellingen ligt dat vaak moeilijker. Wij weten trouwens niet wat er na onze beslissing gebeurt. Toevallig kreeg ik cijfers in handen van de FOD Financiën waarin sprake was dat van 48 gevallen die geschikt werden bevonden voor aangepast werk, er slechts 16 werkelijk een aangepaste functie hadden gekregen. 1 op 3, bij een grote instantie. Erg veel is dat niet, hé?”

Raad van State

JORIS: “Het probleem situeert zich bij werkgevers die te weinig stimuli zien om arbeidsplaatsen aan te bieden. Wat wij willen is dat er een recht komt op een minimum aantal re-integratiekansen.”

PAUL: “Het is niet aan mij om te zeggen hoe de wetgeving moet evolueren. Maar een werkgever moet een vervroegde pensioen­stelling kunnen motiveren en bewijzen welke re-integratiepogingen werden ondernomen, zo niet kan de Raad van State het nietig verklaren. Maar het werkt aan twee kanten, sommigen weigeren werk omdat het 20 kilometer verder is dan de huidige job. Je moet ook redelijk blijven.”

JORIS: “Om re-integratiekansen te bieden is ook tijdige begeleiding en overleg nodig, een arbeidsgeneesheer moet daarbij een rol krijgen.”

PAUL: “Het re-integratietraject zoals het in de reglementering voor de werknemers staat, kan opgestart worden door 3 partijen. Door de werknemer zelf, door de werkgever of door de arts van het ziekenfonds. Maar die is er niet voor statutaire ambtenaren! Wij willen dat Medex ook de rol krijgt die de privésector – de arts van het ziekenfonds - heeft. Dat wij zelf kunnen zeggen of iemand in aanmerking komt voor een re-integratietraject. Mensen die voor de pensioencommissie verschijnen zitten vaak al 2 jaar of langer thuis. Die kunnen meestal niet meer re-integreren. Je zou in veel gevallen al na 1 of 2 maanden ziekte kunnen kijken of de functie kan aangepast worden.”

JORIS: “De re-integratiebewegingen die nu worden opgezet door werkgevers, spelen daarop in. Steeds vroeger wordt gestart met begeleiding. Wij merken dat de verlofsyste­men om halftijds te hervatten meer ingang vinden. Het zou goed zijn dat de pensioen­commissie daarop inspeelt.”

PAUL: “Dan hebben we het over de A3 beslissing, die gaat over tijdelijke onbe­kwaamheid om de eigen functie uit te oefenen, maar waarbij men wel geschikt is om aangepast werk te doen. Maar die heeft strikt genomen geen wettelijke basis. In de praktijk komt de beslissing vaak neer op: niet op pensioen, maar ook niet aan het werk.”

Pensionitis

JORIS: “De regering motiveert haar besluit op basis van een aantal clichés. Enerzijds dat er te veel jongere ambtenaren op pensioen gesteld worden die nog in staat zouden zijn om te werken. Dat is niet waar. De gemid­delde leeftijd is 53 jaar. Een tweede cliché is de pensionitis. Waarbij de ambtenaar op het einde van zijn loopbaan als een soort verworven recht een ziekte zou veinzen. Dat is in het verleden zeker gebeurd. Maar juist werkgevers maken vaak gebruik van het feit dat men de ziektedagen op kan nemen. Ze controleren ook nauwelijks of men al dan niet terecht wegens ziekte afwezig is. Met een goed beleid kan men het cliché van de pensionitis de wereld uit helpen. Helaas klinkt de echo van die twee clichés door in de nieuwe wetgeving door het medisch pensioen dan maar gewoon af te schaffen.”

PAUL: “Er is ooit een onderzoek door het Rekenhof opgestart naar wat werkgevers aan re-integratie deden. Men heeft die tot 2 FOD’s beperkt: Financiën omdat het de grootste dienst is en Justitie omdat er ver­houdingsgewijs meer ziektegevallen zijn bij werknemers uit het gevangeniswezen.”

JORIS: “Wat vooral opviel in die studie zijn de grote verschillen in duur voordat iemand naar de pensioencommissie gestuurd wordt. Dat varieert van 0 tot 2.750 dagen.”

PAUL: “Daar zijn dus geen regels voor. De vraag is wat doe je met de langdurig zieken. Je hebt drie mogelijkheden: de werkgever zet ze op pensioen, blijft ze gewoon doorbetalen of zet ze op het ziekenfonds. Als ze ten laste van de werkgever blijven, dan geef je hen een in­centive om die medewerkers nog in te zetten.”

JORIS: “Zolang je de werkgever de mo­gelijkheid biedt tot pensionering dan is die incentive er niet.”

PAUL: “Als een federaal ambtenaar die in zijn FOD niet verder kan werken enkel kunt overplaatsen naar een andere FOD, dan ga je niet ver geraken. Want de functies zijn gro­tendeels hetzelfde. Als een leraar niet meer geschikt is om les te geven in een bepaalde school, dan kan die dat ook niet in een ande­re. Als je mensen echt wilt re-integreren dan moet je dat doen met ander werk.”

JORIS: “Voor ons is een externe re-integratie bespreekbaar, maar wel op vrijwillige basis.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.