Annelies Verlinden: "De job maak je niet aantrekkelijker met één oplossing"

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden had het in haar beleidsverklaring onder meer over ‘de aantrekkelijkheid van alle veiligheidsberoepen herstellen en versterken’. Wij wilden weten wat de minister daarbij voor ogen heeft.

De grootste politiehervorming ooit in dit land werd 20 jaar geleden doorgevoerd. Wordt het geen tijd voor een nieuwe hervorming?

“We moeten niet hervormen om te her­vormen, maar het is goed om na twintig jaar een analyse te maken. Daarom heb ik het initiatief genomen voor een Staten­ Generaal van de politie later dit jaar met alle sleutelpartners en belanghebbenden. Bedoeling is om daar de toekomst van de politie voor de komende twintig jaar uit te zetten. We hebben uit deze coronacrisis geleerd dat de aanpak van de geïntegreerde politie (GPI) een belangrijke toegevoegde waarde heeft. De Taskforce GPI moet zorgen voor uniforme richtlijnen zodat de klassieke problemen bij de geïntegreerde politie overstegen worden. De taskforce is een cruciaal orgaan voor operationele beslissingen. Die ervaring nemen we zeker mee om de toekomst voor te bereiden.”

De politiediensten kampen al geruime tijd met grote structurele tekorten en het aantal kandidaten lijkt te dalen. Dat heeft natuurlijk te maken met de aantrekkelijkheid van de job. Hoe wilt u die opkrikken? 

“Jaarlijks willen we 1.600 basiskaders rekruteren, daarnaast werken we aan een ver­ snelde rekruteringsselectie. Het reglement daarvoor laten we goedkeuren door de vakbonden. Nieuw bij die versnelde selectie is de mogelijkheid voor de rekruut om te kiezen voor bepaalde eenheden, zoals de eerstelijns­ eenheden van de federale politie. Zo kan je diensten met een tekort extra aandacht geven in de rekruteringscampagne. We richten ons op bepaalde doelgroepen en regio’s. We hebben ook een sterkere instroom nodig bij de gerechtelijke politie, onder meer door een zij­instroom uit andere diensten. De job maak je niet aantrekkelijker met één oplossing. Het begint al door respect voor de politie op te brengen. Daarvoor blijft de nultolerantie gelden, en we steunen alle burgemeesters en korpschefs die zich burgerlijke partij stellen bij een feit van geweld tegen de politie. Daarnaast werken we aan aantrekkelijkere loonschalen en een modernere manier van werken met elementen als tijdsonafhankelijk werken. Dat moet leiden tot een beter evenwicht tussen werk en privéleven. We moeten uiteraard ook oog hebben voor het mentaal welzijn. Politiemensen staan vaak onder sterke druk en moeten makkelijker toegang krijgen tot psychosociale begeleiding.”

De vakbonden hebben laten verstaan dat ze een loonsverhoging op de onderhandelingstafel zullen gooien. Maken ze kans?

“Sinds de laatste hervorming is er van een echte structurele loonsverhoging inderdaad eigenlijk weinig sprake geweest. Ik pleit wel voor een diepgaande oplossing met aantrekkelijke loonschalen en minder losse premies en vergoedingen zoals eenmalige bonussen of een COVID-­premie. Daarom hebben we de onderhandelingen over een nieuw sectoraal akkoord opgestart. We moeten rekening houden met de beschikbare middelen, maar ik luister met veel interesse naar de vraag van de vakbonden om de lonen te verhogen. Ik heb er goede hoop op dat we een akkoord zullen vinden.”

Hoe ziet u de rol van de federale overheid ten aanzien van de brandweer?

“De federale overheid schept het statuut en kader. De brandweerzones houden daar rekening mee, maar op andere beleidsdo­meinen, zoals brandveiligheid, kunnen de zones autonoom beslissen. Het is belangrijk dat iedereen vanuit zijn invalshoek samen­ werkt en elkaar ondersteunt. Het is niet de federale overheid tegen de brandweerzones, maar we moeten er wel naar streven zo goed mogelijk te kunnen samenwerken.”

Wat is daarbij de rol van de Inspectie en het Federaal Kenniscentrum voor de Civiele Veiligheid?

“Ik weet dat de Inspectie beperkte middelen heeft: er zijn vandaag maar 2,5 inspecteurs, dat is te weinig. We moeten ook kijken of we de taken van de inspecteurs en die van de provinciegouverneur beter op elkaar kunnen afstemmen zodat we tegemoet­ komen aan de noden van de Inspectie. Ook de rol van het Kenniscentrum is vandaag beperkter dan vroeger. Daar moet expertise aanwezig blijven die de opleidingen en de samenwerkingen met het werkveld, de netwerken en de hulpverleningszones kan verbeteren. Wat mij betreft kan er in de toekomst een herziening van de taken komen zodat het centrum de spil blijft van kennis en expertise binnen de brandweer en de civiele bescherming.”

Hoe gaat u het brandweerstatuut voor vrijwilligers aanpakken, zonder daarbij de andere personeelsgroepen in de zone te vergeten: beroepsbrandweer, de ambulanciers-niet-brandweer en het administratief personeel?

“We kunnen binnen de brandweerkorpsen niet zonder vrijwilligers. Maar we moeten er wel rekening mee houden dat vrijwil­ligers nog een hoofdberoep uitoefenen en eventueel een gezin hebben. Dat betekent dat het niet evident is om langdurige opleidingen te volgen. We denken daarom aan opleidingen in modules, zodat ze toch al kunnen meedraaien op het terrein voor ze de hele opleiding afgewerkt hebben. Uiteraard met respect voor de kwaliteit van de dienstverlening. Voor de ambulanciers zitten we samen met Volksgezondheid om het statuut te bekijken, ook voor de andere brandweerlieden en het administratief personeel doen we dat zeker nog.”

Waar moeten volgens u de accenten liggen wat de financiering van de brandweer betreft?

“In mensen en materieel. Daarom verhoogt in 2021 de dotatie voor de brandweerzones met 16 procent. Structureel verhogen we de middelen tegen 2024 met 42 miljoen euro. Dat is alvast een goed begin en het moet de zones in staat stellen om meer te investeren in mensen en materieel. Op basis van een risicoanalyse kunnen de zones zelf bekijken hoe zij die investering wensen te doen.”

Hoe ziet u de hervorming van de Civiele Bescherming? Was het wel een goed idee de kazernes naar slechts twee locaties te brengen?

“Op vraag van het parlement onderzoeken we die aanpak met twee locaties opnieuw, maar ik kan vandaag geen grote wijzigingen aankondigen. Het is voor mij wel duidelijk dat de Civiele Bescherming met al haar specialisaties in een steeds risicovollere wereld haar werk optimaal moet kunnen blijven doen.”

Ook het Crisiscentrum wordt hervormd. Hoe belangrijk vindt u het om te investeren in personeel en veiligheid?

“Het belang van het centrum is zeker bij deze gezondheids­crisis nog maar eens verduidelijkt. Er komt een personeels­uitbreiding. We bekijken hoe we hen kunnen versterken via detacheringen vanuit verschillende partners, diensten en beleidsniveaus.”

Er is een groot tekort aan calltakers. Er zijn weinig kandidaten en het verloop is bijzonder groot. Wat wilt u daaraan doen?

“Het is een bijzonder stresserende job. Ook de opleiding is behoorlijk zwaar omdat je op heel korte termijn levens­ belangrijke beslissingen moet nemen. We willen daarom een rekruteringscampagne voeren om talent dicht bij huis aan te werven. De opleiding moet meer maatwerk worden zodat mensen ingezet worden op basis van hun talenten. We moeten sowieso meer mensen triggeren voor het veiligheidsberoep in het algemeen.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.