Zomertoerisme

Zodra de zon schijnt, trekt de Belg naar de kust. Hoe beïnvloeden de pieken in het kusttoerisme de openbare dienstverlening?

 

In de winter verblijven er zo’n 20.000 mensen in Blankenberge, op een zomerdag kan dat oplopen tot 100.000. Eerste inspecteur van politie Karine Rappé van de dienst Signalisatievergunningen en Zeedijk wordt bijna dagelijks met die drukte geconfronteerd: “Op topdagen kan je het aantal mensen op ons strand vergelijken met een aantal volgepakte voetbalvelden. Logisch dat er dan ook meer incidenten plaatsvinden. Als het warm is, wordt er al wat meer alcohol gedronken en mensen verdragen sowieso al minder van elkaar dan vroeger. Dan moeten wij de gemoederen trachten te bedaren en alles in goede banen leiden.”

Minimale versterking

“Van 1 mei tot en met 22 september werk ik vooral op het strand. Maar met mijn andere taken voor onder meer bouw- en signalisatietoelatingen, bijstand voor grote wegenwerken en verkeersregeling bij schooltoezicht heb ik ook buiten de zomer genoeg werk. Het politiekorps bestaat, met burgerpersoneel erbij, uit een honderdtal medewerkers. Iedereen steekt in de zomer een tandje bij, want er gaan natuurlijk ook collega’s met vakantie. Vroeger kreeg het korps in de zomermaanden meer versterking dan vandaag. Dit jaar kwamen er twee mensen extra bij, dat is echt minimaal.” Nicholas Paelinck, voorzitter van de Vaste Commissie Lokale Politie Kustgemeenten, beaamt dit: “De politiediensten aan de kust rukken tijdens de zomermaanden vijf keer meer uit dan tijdens het laagseizoen, maar per zone zijn slechts twee extra agenten gepland.” En dan heb je tijdens de zomermaanden nog eens honderden evenementen. De politiezones zoeken daarom ver- sterking in andere zones. Of door te bezuinigen op rustdagen en verloven. “Het is natuurlijk een zware belasting voor de politiemensen”, zegt Paelinck. “We moeten daarom naar een systeem van daadwerkelijke versterking.”

Problemen van een grootstad

Wie in Blankenberge het hele jaar door te maken heeft met de zomerevenementen is Tom Cocle, diensthoofd van de gemeentelijke Strand- en Reddingsdienst Zeedijk. “Alle activiteiten en evenementen die zich op het strand voordoen regelen we via onze dienst. Tussen 15 oktober en 15 maart stellen we daarvoor een draaiboek op want in de zomer hebben we geen tijd om te improviseren.

We zijn met zeven mensen in vaste dienst. De reddingsdienst is open van 1 mei tot 22 september. Dat zijn 23 weken waarin we 7 dagen op 7 werken. In juli en augustus wordt het reddingsteam aangevuld met een 40-tal jobstudenten. Vorig jaar kreeg onze EHBO-post ruim 1.000 gevallen te verwerken en herenigden we 450 verloren gelopen kinderen met hun ouders. Op topdagen doen zich door de drukte op het strand ook de problemen van een grootstad voor. We houden dat allemaal in de gaten met hulp van camera’s, een drone, boten en jetski’s. Samen met de hulpdiensten vormen we een goed geoliede machine.”

Uitgedokterd verlofsysteem

Benny Herpoel is schepen van economie, middenstand, concessies, strand en haven. “Onze dienst openbare economie en middenstand wordt bemand door twee mensen. In de zomer werken ze halftijds omdat er minder volk langskomt aan de loketten. Terrasvergunningen zijn aangevraagd, de evenementen voorbereid. Bij de andere diensten is het natuurlijk drukker. Daar worden de vakanties eerder in de winter opgenomen. Zo hebben onder andere de reinigingsdiensten heel wat meer werk in de zomer.” Na één zomers weekend halen ze op het strand zo’n 3,5 ton afval op. “Toch zetten ze in de zomermaanden geen extra arbeidskrachten in, door een goed uitgedokterd verlofsysteem. Het zijn vooral horecazaken die in de zomer een beroep doen op flexijobs, jobstudenten of werknemers die zich maar 6 of 8 maanden inschrijven. Een deel daarvan valt in de winter dan terug op de werkloosheid. Zo’n systemen zie je niet terug bij de openbare diensten.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.