De stelling

Deze maand: "De veiligheidsdiensten werken beter sinds de aanslagen in Zaventem"

Omschrijving

Na de aanslagen van 22 maart 2017 werd ons land internationaal afgeschilderd als een ‘failed state’. Een senaatscommissie onderzocht de werking van de veiligheidsdiensten. Dat leidde tot een reeks aanbevelingen die de samenwerking tussen de verschillende veiligheidsdiensten moest verbeteren. Waar staan we twee jaar later?

Zowel lokaal, nationaal als internationaal zijn er stappen gezet die de samenwerking bevorderen in de strijd tegen radicalisme en terrorisme. Op nationaal niveau is de samenwerking tussen de diensten van de Veiligheid van de Staat (VSSE) en de militaire inlichtingendienst (ADIV) veel verbeterd. Beide diensten creëerden een gemeenschappelijk platform dat de samenwerking zichtbaar en voelbaar maakt op het terrein. Binnen de Europese Unie werkt België vandaag nauwer samen met de andere lidstaten.

Ook op lokaal vlak werken veiligheidsdiensten meer samen. Elk lokaal bestuur is verplicht een Lokale Integrale Veiligheidscel (LIVC R) op te richten om radicalisme, extremisme en terrorisme aan te pakken. Ze bepalen zelf hoe ze dit invullen, want de wetgever legt maar enkele minimale voorwaarden op. In Vlaanderen maakte al 1 op de 4 gemeenten werk van een intern protocol of afsprakenkader met duidelijke waarborgen. Dat is een succes.

Het rapport van de commissie gaf ook aan dat voor een betere integratie veel meer middelen nodig zijn. Voorlopig bleef het bij een eenmalige financiële injectie van 400 miljoen euro. De verdeling van deze kredieten over de verschillende diensten was geen eenvoudige oefening.

Een aantal diensten wierf meer personeel aan of kocht materiaal. Andere diensten investeerden in de hoognodige modernisering van hun ICT-systemen, waardoor zij geen extra medewerkers konden aannemen.

Ondanks deze financiële injectie moet de Federale Politie al sinds 2014 besparen. Dat is te voelen op het terrein, waar politiemensen kampen met een tekort aan personeel en werkingsmiddelen. Investeren in nieuw materiaal is moeilijk. Het extra geld in het kader van de strijd tegen terrorisme en radicalisering lost deze problemen niet op.

De veiligheidsdiensten vrezen dat de volgende regering veel minder belang gaat hechten aan die strijd, en er geen extra kredieten meer voor zal uittrekken. Toch is permanente waakzaamheid nodig en is er nog veel werk aan de winkel om radicalisering te bestrijden. Dat vergt verregaande en blijvende investeringen in ons veiligheidsbeleid.

De opvolging van de aanbevelingen van de commissie liep spaak bij de regering. De hervormingen zijn vooral te danken aan de inzet van bepaalde diensten en dienst- hoofden. Een meer sturende rol voor de Nationale Veiligheidsraad kan een oplossing zijn. Maar zal de volgende regering dit advies opvolgen?

Conclusie

De samenwerking tussen de diverse veiligheidsdiensten is sinds de aanslagen verbeterd en het onderlinge vertrouwen groeit. Alle veiligheidsdiensten onderbrengen in één grote faciliteit, met eenzelfde statuut voor alle personeelsleden, en de informatiehuishouding en communicatie op elkaar afstemmen is op dit ogenblik slechts een droomscenario. Vooral praktische bezwaren, logge procedures en regelgeving staan dit in de weg. De regering moet verder denken dan de eenmalige financiële druppel op de hete plaat en de steekvlampolitiek overstijgen. Want zolang de regering in gebreke blijft bij het invullen van de regierol over een eengemaakte veiligheidsaanpak, blijft een totaalaanpak met geïntegreerde samenwerking toekomstmuziek.

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.