De stelling

Deze maand: "De Vlaamse overheid heeft voldoende middelen om aan de noden op het vlak van zorg, klimaat, onderwijs en mobiliteit te voldoen."

Omschrijving

We weten dat er in Vlaanderen veel sectoren zuchten onder een tekort aan middelen terwijl de Vlaamse overheid toch over een behoorlijk budget beschikt. Hoe komt dat? Hoogleraar Bestuurskunde Filip De Rynck van de UGent dook in de Vlaamse begroting en meerjarenplanning, op zoek naar een antwoord.

“Voor 2019 beschikt de Vlaamse overheid over een budget van 47 miljard euro. Meer dan de helft daarvan gaat naar twee departementen. Onderwijs en Vorming krijgt 14 miljard, zo’n 13,5 miljard gaat naar Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Het budget van Welzijn is het sterkst gegroeid, door de overheveling van bevoegd- heden naar de regio’s. We weten intussen dat Welzijn nu eerst zal moeten besparen voor de beloofde uitgaven doorgaan. Heeft de overheid dan geen middelen om aan die noodkreten tegemoet te komen? “Toch wel. Als je kijkt naar de meerjarenplanning van de Vlaamse regering van eind 2018 tot 2024, zie je dat deze grote departementen een gevoelige stijging van 1,5 miljard euro (cijfers van de vorige regering) mogen verwachten om aan een deel van de noden tegemoet te komen.”

Is de overheid vooruitziend genoeg om de klimaatverandering aan te pakken? Daar ziet hij een genuanceerd verhaal. “Hier gaat het eerder om beleidsbeslissingen die ons gedrag willen wijzigen: de betonstop, rekeningrijden … Stel dat de Vlaamse regering de betonstop uitvoert: die kosten zijn niet te vergelijken met de kostprijs van personeel en infrastructuur van Onderwijs en Welzijn. Begrotingscijfers zeggen niet veel over de maatschappelijke return. Als de betonstop tot een ander gedrag leidt in bouwen en wonen dan is de maatschappelijke return daarvan onschatbaar veel groter dan de kosten die aan zo’n invoering verbonden zouden zijn.”

“Als je als overheid zegt dat de gebruiker meer zelf moet betalen, dan kost dat minder aan de  overheid.  Op  dat vlak voeren wij in tegenstelling tot veel  andere  landen een eerder voorzichtig en zeker geen hard liberaal beleid. De inschrijvingsprijs aan de universiteit bijvoorbeeld ligt hier nog altijd een pak lager dan in andere landen. Je kunt natuurlijk het begrotingsbeslag een heel stuk verminderen door de prijs te verhogen naar 4000 euro in plaats van 900 euro. Dan moeten we minder belastingen betalen, maar de sociale gevolgen zullen groot zijn.”

Nog een manier om meer inkomsten te generen ziet hij in een betere en meer faire inning van belastingen. “Door de staatshervorming hangt drie vierde van de inkomsten van de Vlaamse overheid af van de inning van belastingen op federaal niveau. Als je tot een rechtvaardiger en correcter belastingsysteem komt, dan zouden we waarschijnlijk meer belastingen kunnen innen. Dat kan al snel oplopen tot verschillende miljarden euro’s meer inkomsten voor Vlaanderen. Verder heeft de Vlaamse overheid nu maar beperkte mogelijkheden om de eigen inkomsten op te drijven. Zelfs als men bijvoorbeeld de Vlaamse erfbelasting gevoelig gaat verhogen, zal dat nooit de grote opbrengst zijn.”

Conclusie

Als samenleving hebben we altijd aanvaard dat de gemeenschap een belangrijk deel van de kosten voor onderwijs en zorg draagt. Maar toenemende vergrijzing, het federale begrotingstekort en andere noden leiden tot de vraag: kan de overheid dit allemaal blijven dragen? De inkomsten dekken nu al onvoldoende de toenemende kosten en dat is vooral een probleem voor de zorg. Er moet dus zeker meer gebeuren, maar moet het daarom allemaal door de overheid gedragen worden? We zien in de cijfers van de nieuwe regering een grotere verschuiving naar het individu.

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.