Drie jaar na de aanslagen

Drie jaar na de aanslagen kijken Jeroen Drijkoningen, diensthoofd politiezorg, en militair X terug op de gebeurtenissen van 22 maart 2016.

"Het is niet meer hetzelfde"

- Jeroen Drijkoningen, diensthoofd politiezorg

“Die dag was er een grootschalige oefening gepland met de veiligheidsdiensten van luchtvaartmaatschappij El Al”, zegt Jeroen. "Samen met een collega was ik die aan het doornemen. Plots was er die knal, en nog voordat je beseft wat er gebeurt, volgt er een tweede. Dan weet je hoe laat het is. Buiten kom je de eerste mensen in paniek tegen, zie je mensen op de stoep liggen. Eenmaal in de vertrekhal sta je machteloos. Ik ben niet medisch opgeleid, je probeert dan maar mensen gerust te stellen, zeggen dat hulp onderweg is. Er heerst op zo’n moment totale chaos, daar kan je niet op voorbereid zijn. Ik heb buiten de hulpdiensten opgewacht. De eersten die toekwamen, riepen direct meer hulpdiensten op. Over de kritiek achteraf? We zaten in een periode dat we allemaal wisten dat aanslagen konden gebeuren. Maar op dit soort terreur kan je nooit 100 procent voorbereid  zijn. Je kunt nog meer beveiligen, en dat kost nog meer geld. Je kunt je afvragen hoe ver je daarin gaat. De samenleving moet ook nog leefbaar blijven. In dergelijke situaties is de luchthaven voor de talloze hulpdiensten moeilijk bereikbaar met die ene invalsweg. Ook het ASTRID-netwerk was overbelast, op een bepaald moment werkte enkel WhatsApp.”

Emoties

“Agenten en hulpverleners ter plaatse werd later psychologische hulp aangeboden. Sommigen, zoals ik, verwerken dat liever op hun eigen manier. Er zijn agenten, die als gevolg van de aanslag ontslag namen. En er zijn nog altijd mensen thuis. Ik ben gewoon blijven werken. Ik ben ook geen grote prater die met zijn emoties te koop loopt. Ook dit interview is niet mijn ding, ik rakel al die zaken liever niet opnieuw op. Ik ben op 22 maart ter plekke gebleven tot de volgende dag 8 uur, 24 uur aan een stuk dus. Toen ik mijn echtgenote zag, kwam de ontlading en ben ik beginnen wenen. De plek van de eerste ontploffing was dichtbij de plek waar ik vier jaar daarvoor mijn bureau had. Dat was weggeblazen. Dan besef je dat je geluk gehad hebt.”

Of ik anders naar het leven kijk nu? Op wat daar gebeurd is, kan je je nooit helemaal voorbereiden, ook niet mentaal. Misschien krijg ik nog mijn klop, dat weet ik niet. Je bent bekommerd om de luchthaven, je werk en je dienst. Als ik nu de vertrekhal binnenloop, zie ik soms alles weer voor me. Het is niet meer hetzelfde. Van die dag is me bijgebleven dat het moeilijk was om een keuze te maken tussen hulpverlening en coördinatie. In de eerste chaotische fase moet er iemand zijn die beslist even niet te helpen maar coördineert. Dat is een moeilijke afweging waar je moeilijk op kan oefenen. Er zijn ook heel veel levens gered door de militairen. Petje af.

Militair X

Een van hen was militair X, die liever anoniem getuigt. “Op het moment van de explosie bevond ik me in de rustzone, op mijn bed. We schoten na de explosies direct in actie om de situatie te onderzoeken. Het is onze job om gebouwen en burgers veilig te stellen.

Sowieso heb je de verplichting om iemand in nood te helpen als je eigen leven niet in gevaar komt. Of mijn leven in gevaar was weet ik niet, ik ben wel meerdere malen langs een grote zwarte koffer gelopen waarin de zwaarste bom bleek te zitten. Er was natuurlijk  ook nog een grote kans dat er een lone wolf rondliep.”

“Je krijgt achteraf wel veel domme, negatieve reacties te horen maar daar trek ik mij niets van aan. Ik was er en heb gezien dat mijn collega’s en andere hulpverleners hard en goed hebben gewerkt. Mijn collega’s hebben veel mensen van leegbloeden gered. Families van slachtoffers zijn ons enorm dankbaar. Jammer dat we van onze werkgever nog altijd niet de beloofde aankondiging ‘Good job, well done’ hebben gekregen in ons dossier. Dat zou goed zijn voor hen met een statuut van beperkte duur die een sociale promotie in het leger willen.”

Paranoia

“De volgende dag kregen we een dag vrij om bij de familie te zijn. Vervolgens hebben we onze bewakingsopdracht verdergezet in het Zuidstation van Brussel. Het was misschien niet zo’n goed idee om soldaten die net uit het heetst van de strijd kwamen, terug te sturen naar een plaats met veel burgers. Iedereen was paranoïde genoeg om iemand die verdacht deed tegen de grond te leggen. Nu, drie jaar later spreken er we niet meer over, we hebben het achter ons gelaten. Wat mij wel altijd zal bijblijven zijn de menselijke resten die overal lagen en het geamputeerd been dat ik op een gegeven moment in handen had. Toch bekijk ik het leven nu niet anders: ik kreeg van thuis mee dat elk leven zeer waardevol is.

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.