Degressiviteit is een besmet begrip geworden

Professor Stijn Baert pleit voor een verhoogde en versnelde degressiviteit. Nationaal secretaris van ACV Koen Meesters stelt zich daar vragen bij.

Deze regering stond in het teken van de mantra ‘jobs, jobs, jobs’. Een idee om meer mensen aan de slag te krijgen is de invoering van een verhoogde degressiviteit van  de werkloosheidsuitkeringen. In het begin van je werkloosheid krijg je meer, om vervolgens sneller tot het laagste niveau te komen. Professor arbeidseconomie STIJN BAERT is voorstander van een verhoogde en versnelde degressiviteit. KOEN MEESTERS, nationaal secretaris sociaal beleid bij ACV stelt zich ernstige vragen bij zo’n maatregel.

Raakt dit nog goedgekeurd voor de verkiezingen?

STIJN BAERT: “Dat is eerder een vraag voor politieke analisten dan voor een arbeidseconoom, maar ik ben niet erg optimistisch.”

KOEN MEESTERS: “Het is een teken aan de wand dat elke partij nu met een eigen voorstel komt. Iedereen wil de strafste zijn op de rug van de werkzoekende. En dat lijkt me geen goed idee. Iedereen die iets ten goede wil veranderen aan het systeem van de werkloosheidsuitkeringen, is meer dan welkom. Maar over deze voorstellen heb ik heel wat bezwaren.”

Terwijl Stijn Baert ze net toejuicht. Waarom vindt het ACV dit geen goed idee?

KOEN: “Ik schrik van de harde logica ten opzichte van de werkzoekenden. Men vraagt nu al heel veel van werkzoekenden. Zullen zij nog een tandje bijsteken onder invloed van de verhoogde en versnelde degressiviteit?

Ik pleit ervoor om eerst een stap terug te doen en te zorgen dat de uitkeringen, ook de laagste, verhoogd worden tot de armoedegrens. We zitten daar fors onder, soms tot 25 procent en meer. Als men dan uitgaat van een logica die eerst wat bij geeft om erna zo snel  mogelijk op het laagste punt te landen, dan ben ik bezorgd. Op zich heb ik geen probleem met engagement vragen van werkzoekenden, maar dan moet die het ook kunnen betalen. Als ondanks je inspanningen je uitkering toch nog verlaagd wordt, is dat wel erg bitter. Stel dat je in je voorstel van degressiviteit op 90 procent van het loon begint en eindigt op 60 procent (het niveau waar men nu wil beginnen, nvdr), dan krijg je applaus van mij. Want dat zou een substantiële verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie. Ondertussen is degressiviteit een besmet begrip geworden en staat het gelijk aan de helling naar beneden.”

Waarom ben jij overtuigd dat het wel werkt, Stijn?

STIJN: “Het doel van versnelde degressiviteit is om zoveel mogelijk mensen op een duurzame manier aan het werk te krijgen en de sociale zekerheid betaalbaar te houden. Duurzaam betekent dat je niet om het even welke (tijdelijke) baan aanneemt, maar dat je
een job kiest die het best bij jou past.”

Is die periode van drie of zes maanden met verhoogde uitkering niet erg kort om op zoek te gaan naar die duurzame job?

KOEN: “Zestien topeconomen hebben ondertussen op basis van onderzoek bewezen dat die versnelde degressiviteit niet werkt. Gemiddeld duurt het zes maanden voordat mensen een nieuwe job vinden. Drie maanden is erg kort, je zit vaak ook nog met een opzegtermijn die je uit moet doen. De mentale klap speelt ook mee. Je moet jezelf eerst terug oppakken om verder te kunnen gaan.”

STIJN: “Ik vind dat niet noodzakelijk te kort. We zitten nu met een complex uitkeringssysteem, dat gedurende de eerste maanden vrij vlak is en ook niet beperkt is in de tijd. Ik vind het een beter idee om in het begin van de werkloosheid een hogere uitkering te geven om mensen de financiële ruimte te geven voor die duurzame job te gaan. Gevolgd door versnelde degressiviteit waarbij je een aantal financiële prikkels inzet vooraleer mensen langdurig werkloos worden. We weten vanuit onderzoek dat van zodra mensen langdurig werkloos zijn, het zeer moeilijk wordt om eruit te raken. Er kleeft ook een stigma aan langdurig werkzoekenden vanuit werkgeverskant. Dat hebben we aan de UGent onderzocht.”

Hoe zien jullie de rol van werkgevers?

STIJN: “Onze universiteit onderzocht met fictieve sollicitaties het effect van werkloosheidsduur op kansen om een jobgesprek te krijgen. Wat bleek? Zowel langdurige werkloosheid als tewerkstelling onder je scholingsniveau verlagen je kansen op een uitnodiging. Dat is discriminatie en mag dus wettelijk niet, maar het gebeurt. In een vervolgonderzoek kwamen een aantal vooroordelen van werkgevers die aangepakt moeten worden. Dat moet strenger. De invoering van praktijktests op discriminatie, onder andere op werkloosheidsduur en leeftijd, is een mogelijkheid.”

KOEN: “Daar zeg je heel ware dingen. Ik hoor altijd dat er heel veel vacatures zijn, maar er zijn drie keer meer werkzoekenden dan vacatures. Toch blijft er een groep achter die we moeten blijven motiveren en vormen om zelfs maar een kans te krijgen om ergens op gesprek te gaan. Daar ontbreekt inderdaad een hefboom om werkgevers aan te pakken. We moeten de voorbije jaren keer op keer constateren dat de werkgevers buiten schot blijven.”

Wat is jullie voorstel om tot meer activering te komen?

KOEN: “Het lijkt me logisch dat je werkzoekenden die een opleiding volgen of investeren in hun loopbaan niet straft door hun uitkering te verlagen in die periode. Daarnaast kan voor ons een vorm van degressiviteit, maar met hogere percentages. Wij zien vooral nog verbetering in een betere omkadering van werkzoekenden, investeren in opleidingen, betere arbeidsvoorwaarden. Sommige banen die niet ingevuld raken, zijn ook niet de meest aantrekkelijke, hè. Dit zijn de sleutelelementen voor ons om de mensen aan het werk te helpen.”

STIJN: “ We moeten er ook voor zorgen dat als mensen opnieuw aan de slag gaan, hun indirecte kosten zoals kleding, mobiliteit, kinderopvang niet de hoogte in schieten. Waardoor het voor hen niet loont om te gaan werken. Werken moet ook werkbaar blijven. In een ideale wereld verhoog je ook de uitkeringen substantieel, maar dan wordt het verschil tussen werken en niet werken opnieuw te klein.”

KOEN: “Het is dubbel. Ik ben ook niet voor werkloosheidsvallen. Waar ik het wel moeilijk mee heb is dat we voortdurend de armoedegrens moeten vermelden. Een verzekering tegen inkomensverlies die zelfs de armoede niet dekt, is eigenlijk geen goede verzekering.”

STIJN: “In mijn voorstel en in verslagen van de ministerraad staat duidelijk dat het niet om een besparingsoperatie gaat. Het gaat om een verschuiving van budgetten van langdurig werkzoekenden naar kortdurige werkzoekenden. Idealiter trek je je bodemniveau ook op door het vast te koppelen aan het leefloon met een aanzienlijke verhoging. Ten tweede, het doel is om meer mensen aan het werk te krijgen. Op zich geen garantie om uit de armoede te raken, maar het verhoogt wel de kans om eruit te raken. Ten derde, het alternatief voor de versnelde degressiviteit is voor verschillende partijen de stopzetting na twee jaar. Dan denk ik dat mijn voorstel een betere optie is.”

KOEN: “We gaan zien welke voorstellen, ook door de linkerflank, nog in het parlement komen. Dat betekent dat er naast de stopzetting wel nog alternatieven mogelijk zijn. Want ik geloof niet in het discours dat er enkel de keuze zou zijn tussen degressiviteit of de stopzetting. Dat vinden we te hardvochtig.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.