Generaal Compernol blikt vooruit

De Chef van Defensie, generaal Compernol, begrijpt de verzuchtingen rond de onzekerheden in het leger.

“Er zijn door de regering een aantal maatregelen genomen die het personeel onmiddellijk raken. Het pensioendossier is er een van. In de volgende legislatuur moet de prioriteit daarom bij het personeel liggen. Want vorig jaar zijn er ongeveer 2.900 man vertrokken waarvan er 1.800 met pensioen zijn gegaan. Op een organisatie van zo’n 30.000 man is dat veel.”

U moet toch terug naar 24.000? Dan komt dat toch niet slecht uit?

“We kunnen ze niet allemaal missen. Het probleem zit bij de opleiding en de vorming tot volwaardig inzetbaar soldaat. Daar verliezen we 500 tot 600 man, deels door de verminderde aantrekkelijkheid van het beroep. Dan denk ik met name aan de verloning. Het loon stijgt tijdens de loopbaan te weinig. Dan is er nog de onduidelijkheid over de pensioenleeftijd en het ziektekapitaal. Ambtenaren kunnen ziektedagen opbouwen, wij niet. De derde onzekerheid is die rond de kazernes: welke blijven? Wij willen de jarenlange centralisatie terugdraaien.”

Betekent dat nieuwe kwartieren openen?

“Op zijn minst de bestaande behouden en personeel en basisopleidingen delokaliseren. Mensen dichtbij hun woonplaats opleiden en hen daar laten werken. Deze verlangens leggen we de volgende regering voor. Veel zaken daarvan leven ook bij de vakbonden. Eigenlijk gaan we voor hetzelfde doel: herkapitalisatie van het personeel. De legislatuur daarop moet in het teken van de infrastructuur staan.”

Er moeten meer samenwerkingen komen met andere organisaties?

“We willen in de kazernes een synergie met scholen, bedrijven en de academische wereld. Agoria berekende dat er tegen 2030 bijna 600.000 vacatures zullen openstaan. In plaats van elkaar op de arbeidsmarkt dood te concurreren, moeten we arbeidskracht delen. Iets anders: 11% van de 18 tot 25-jarigen en zo’n 30% van de jongeren van allochtone afkomst, behoort tot de NEET-generatie: not in education, employment or training. Die vallen uit de boot in onze samenleving. We kunnen samen met de privésector bekijken wat voor vorming we hen kunnen meegeven, interessant voor de arbeidsmarkt.”

Dat wordt dan een verandering van statuten? Nog meer outsourcing?  “Als organisatie moeten we flexibeler worden. De lange loopbaan op één plaats is niet meer haalbaar. De ongerustheid rond outsourcing gaat over oudere werknemers. Maar als we gaan voor kortere loopbanen binnen Defensie, dan lost dat probleem zich op termijn op. We moeten wel correct omgaan met mensen die nu nog bij ons werken. Veertigers moeten langer werken en hebben relatief minder uitzicht op een andere job. Voor hen willen we eerlijke maatregelen. Dan denk ik aan het loopbaankrediet dat men aan het einde van hun loopbaan kan omzetten om de pensioendatum te verkorten. Meer inspraak bij het verloop van de loopbaan is ook een piste.”

Worden vakbonden voldoende betrokken bij het overleg?

“Waar de wet overleg voorziet, is dat er ook. Maar tussenkomen op operationeel vlak is wettelijk niet voorzien en gaan we ook nooit toestaan. Overleg willen is niet hetzelfde als je zin krijgen. Het is ook vaak een kwestie van haalbaarheid. Onze middelen worden politiek bepaald. Er zit altijd spanning op de driehoek vakbond, Defensie en politiek. Ook tussen die laatste twee ja, ik heb heftig gediscussieerd met minister Vandeput.”

In Nederland bestaat de overeenstemmingsovereenkomst, waarbij vakorganisaties akkoord moeten geven op voorstellen. “We moeten de punten waar we het roerend met elkaar eens zijn op de politieke agenda krijgen. In Nederland gebeurt dat blijkbaar formeel, wij doen dat wat informeler. Ik heb geen kolonel Q nodig (de militair die een boekje opendeed in Humo) om te weten wat de problemen en verzuchtingen in het leger zijn. Ik heb wel het idee dat er in de politiek een vernieuwde dynamiek over Defensie heerst. Vorig jaar tekenden we voor zo’n 8 miljard aan contracten: du jamais vu. Nu moet de aandacht naar het personeel. En dat verhaal moeten we samen met de vakorganisaties naar buiten brengen.”

Antwoord van ACV Defensie

“Een militair engageert zich elke dag met risico voor eigen leven, en verwacht in de plaats een degelijke omkadering, stabiliteit en duidelijkheid. Daarover zijn we het eens en verrast de CHOD ons ook niet. We moeten ons inderdaad competitief in de arbeidsmarkt plaatsen en een goed statuut waarborgen: onze militairen zijn dat meer dan waard. Zijn stelling over outsourcing en de kortere loopbaan verrast ons evenmin, maar we zijn het niet met hem eens. Een kortere loopbaan geeft immers niet de stabiliteit die mensen nodig hebben en outsourcing is geen probleem van oudere werknemers maar een fundamenteel foute keuze. Overleg is niet enkel een spel van regels maar moet ook uitmonden in echte dialoog. Daar verrast de CHOD ons wel. Uiteraard moeten we de aandacht voor het personeel samen naar buiten brengen. Maar beschouw ons dan alsjeblieft ook als volwaardige gesprekspartner en niet als kinderen die gewoon hun zin willen krijgen.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.