Verkiezingen 2019

De verkiezingen komen eraan. Een belangrijk moment, want het mag wel duidelijk zijn dat de afgelopen regeerperiode bijzonder moeilijk was.

De onderhandelingsruimte was minimaal, soms zelfs onbestaande, dat lees je ook in het interview met Luc Hamelinck, onze afscheidnemende voorzitter. Collectieve ontslagen hebben we kunnen afwenden maar veel hebben we niet gewonnen.

En met welk resultaat? Na een golf zware besparingen in de overheidssector, personeelsverminderingen, een verplichte indexsprong en ingrepen in pensioenen, staan we nog steeds voor een begrotingstekort van zeker 8 miljard euro. Maar we willen hoopvol zijn. Er komt een nieuw momentum aan. Drie verkiezingen op één dag. De kiezer mag de kaarten opnieuw door elkaar schudden. ACV Openbare Diensten schuift alvast de onderstaande prioriteiten naar voren.

Kwaliteitsvolle openbare diensten

Wij pleiten voor kwalitatieve publieke dienst- verlening. En daarvoor is er dringend een trendbreuk nodig. Openbare diensten worden immers in alle stilte verder uitgehold. Kwaliteit was geen prioriteit van de vorige regering. Integendeel, er werd volop bespaard en afgebroken.

En dan is er ook de toenemende privatiseringstrend. Nochtans leert de ervaring dat de prijs van collectieve voorzieningen na privatisering hoger uitvalt dan de kost voor openbare voorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan de kostprijs van een treinreis in Groot-Brittannië, onderwijs in de Verenigde Staten of aan de Pano-reportage ‘Undercover in de Zorg- fabriek’ die de praktijken van winstmaximaliserende woonzorgcentra uitlichtte.

Het mag toch wel duidelijk zijn: zonder investeringen in de openbare sector komen we er niet.

Zorg voor personeel

De afgelopen jaren hebben werknemers in de openbare sector duidelijk ingeboet op hun arbeidsvoorwaarden: minder deeltijds werken, minder pensioen, de indexsprong … Ook nu neemt N-VA de afschaffing van de index op in haar programma. Dat kan voor ons niet. Vanuit N-VA-hoek werd openlijk de aanval op het statuut ingezet. De personeelsleden in de openbare sector hebben een aparte werksituatie. Hun werkgevers zijn politiek verkozenen en kunnen ook de spelregels van de arbeidsverhoudingen vastleggen. Om het personeel te beschermen tegen politieke willekeur werd het statuut in het leven geroepen. Dat statuut moet ervoor zorgen dat een politieke wissel van de macht geen professionele gevolgen heeft.

We willen geen openbare sector waarbij mensen individueel onderhandelen over loon- en arbeidsvoorwaarden en waarbij politici kunnen beslissen wie al dan niet de jaarlijkse loonsverhoging krijgt. Statutaire tewerkstelling moet dus de norm zijn in de openbare sector. Nochtans wordt er steeds meer contractueel aangeworven en is er sinds kort ook interimarbeid mogelijk in de openbare sector. Geen goede zaak want door interimarbeid in te voeren, biedt de overheid een ultiem nepstatuut aan haar personeelsleden. Geen werk- en inkomenszekerheid en nauwelijks sociale bescherming.

Ondertussen krijgen personeelsleden het moeilijker. Het aantal personeelsleden met een burn-out is enorm en blijft elk jaar stijgen. Stress en over- vermoeidheid zijn goed voor een kwart van de ziektedagen. De vele negatieve maatregelen van de laatste jaren hebben absoluut bijgedragen aan die stijging van burn-outs. Waar blijven de maatregelen rond werkbaar werk?

De komende legislatuur moet het psychologisch contract met het personeel worden hersteld.

Overleg en sociale akkoorden

De laatste jaren werden er geen cao’s afgesloten. Nochtans is dat van cruciaal belang. Wanneer vakbonden en werkgever samen akkoorden kunnen maken, kunnen we vooruitgaan in de openbare sector. Dat gebeurt nu niet. Momenteel leggen de betrokken overheden beslissingen meestal eenzijdig op. Zo werkt sociaal overleg niet. We moeten elkaars standpunten serieus nemen, constructief uitwisselen en bespreken.

Alle sectoren, maar ook globaal, moeten opnieuw tweejaarlijkse cao’s afsluiten.

Pensioen

Mensen moeten kunnen rekenen op een behoorlijk pensioen. We stellen 75% van het eindeloopbaanloon bij een volledige loopbaan van 45 jaar voor.

Wij blijven ook pleiten voor de drie bestaande pensioenstelsels. Het is beter om deze stelsels te actualiseren dan een volledig nieuw puntenstelsel uit te werken. We willen op termijn wel af van de verschillen tussen statutair en contractueel overheidspersoneel. Dat kan best door contractuelen een overheidspensioen te geven. Als dat niet meteen mogelijk is dan moeten alle contractuelen in de overheidssector op korte termijn een aanvullend pensioen krijgen op basis van een werkgeversbijdrage die minimaal overeenkomt met 3% van het loon. Dat moet tegen het eind van de volgende legislatuur worden opgetrokken tot 6%.

De Zweedse coalitie hield de bevolking voor dat ze langer zou moeten werken, maar dat er correcties zouden komen voor wie een zwaar beroep heeft. Dat laatste is – ondanks een akkoord met twee van de drie vakbonden – helemaal niet gerealiseerd. Het eindresultaat is dus dat iedereen langer werkt, zonder beloofde correcties, met of zonder zwaar beroep.

Zelfs voor personeelsgroepen waarvan niemand  de erkenning als zwaar beroep betwist, blijven nu alleen de negatieve maatregelen over. De zoveelste verbroken belofte tegenover de bevolking.

Een behoorlijk pensioen is een sociaal recht. Dat moet gegarandeerd zijn.

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.