Onderhandeling zware beroepen

Luc Hamelinck, voorzitter van ACV Openbare Diensten, heeft het over de befaamde lijst van de zware beroepen.

Op het moment dat dit nummer in druk gaat, vinden onderhandelingen plaats rond het pensioendossier. De befaamde lijst van de zware beroepen komt ter sprake. Wat ACV Openbare Diensten voorzitter Luc Hamelinck betreft moet alles nu worden afgerond. "We moeten er zo spoedig mogelijk uit zijn. Anders is er een groot probleem."

Terwijl medio 2017 de gesprekken over wie in aanmerking kon komen voor vervroegd pensioen in de privésector vastliepen, kwamen de overheidsvakbonden en de regering wel tot een consensus voor het overheidspersoneel. Op basis van vier criteria die ACV Openbare Diensten opstelde zou de regering een lijst van zware beroepen opstel­len. Dat was de afspraak. Klein probleem: die lijst liet lang op zich wachten …

Is het grotere probleem niet dat we allemaal langer moeten werken?

"Volgens de regeringsverklaring moet iedereen langer werken. Maar de overgang is veel te bruusk. Bovendien is dit geen zaak waarmee de regering op korte termijn budgettair winst boekt. Erger: ze raken aan de pensioenen van de mensen zelf. De beslissing van de regering heeft ook een grote impact op de mensen die werken in de openbare sector. In 2026 zal de helft van de vrouwen en 40% van de mannen verplicht zijn om te blijven werken tot 66. Dat betekent dat de flexibiliteit om tussen 60 en 65 met pensioen te gaan voor veel mensen helemaal verdwenen is.”

Waarom zetten de vakbonden zo zwaar in op die zware beroepen?

“De regering is er zelf over begonnen. Haar uitgangspunt was: we passen de condi­ties voor het pensioen aan maar corrigeren tegelijk voor diegenen met een zwaar beroep. De grote fout was dat de regering het ene besliste zonder dat die correctie er al was. Dat betekent dat er nu, tegen het einde van de legislatuur, nog van alles geregeld moet worden. Wij vinden dat de regering haar engagement moet waarmaken. Zo niet, dan heeft de regering een groot probleem, dan is ze niet eerlijk geweest.”

Wat is de grote moeilijkheid?

“De regering heeft in eerste instantie de sociale partners het laten uitvechten in het Nationaal Pensioencomité. De werkgevers willen dat de gesprekken leiden tot be­sparingen. Wij vinden dat eerst het dossier zware beroepen op tafel moet komen, niet de discussie over het pensioen op punten. Dat is trouwens een totaal ander debat: die gaat over de berekening van de hoogte van het pensioen. In de discussie over de zware beroepen is de houding van de werkgevers zeer minimalistisch. Zij vinden dat maar één criterium mag gelden: nachtarbeid, enkel gekoppeld aan een ploegenregeling. En dat bovendien elk geval individueel bekeken moet worden.”

Is dat niet beter?

“Nee, want dan begin je te medicalise­ren. En afwegingen te maken wie een job wel aan kan en wie niet. Dat wordt een heel subjectieve beoordeling. Wij willen werken met beroepsgroepen waarin de condities om op pensioen te gaan dezelfde moeten zijn. Individueel kan je dan nog altijd kiezen om langer te werken.”

De onderhandelingen zitten dus muurvast.

“Niet wat ons betreft. De patstelling in de privésector leidde in 2017 tot een volledige blokkering van het dossier. Voor de openbare sector zijn hoorzittingen georganiseerd waarbij verschillende beroeps­groepen aan bod kwamen. Op basis daarvan zijn wij tot het concept van de vier criteria voor zware beroepen gekomen, gaandeweg overgenomen door de andere vakbonden en uiteindelijk ook door het kabinet van de minister van Pensioenen. Het door ons voorgestelde criterium van psychologische belasting is altijd een punt van discussie geweest. De regering vindt dat dit niet voldoende objectiveerbaar is. Daarom moet minstens aan een van de andere criteria voldaan zijn.”

Psychologische belasting is toch moeilijk meetbaar?

“We baseren ons op wetenschappelijke studies van de SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) die voor verschillende beroepsgroepen de psychologische belasting meten. Daar blijkt onder andere uit dat mensen uit de zorgsector en het onderwijs zwaarder belast worden. De minister van pensioenen heeft het daar altijd moeilijk mee gehad. Maar goed, de vier criteria zijn in het najaar aanvaard. We hebben daarop het principe uitgewerkt waarbij, als je aan meerdere criteria voldoet, het effect van een zwaarder beroep meer doorweegt. Als je aan één criterium voldoet, dan krijg je de factor 1,05. Een gewerkt jaar telt in dat geval voor 1,05 jaar. Je hebt dan nog de coëfficiënt 1,1 en 1,15. Stel, je hebt 20 jaar gewerkt in een zwaar beroep en je voldoet aan twee criteria dan mag je 2 jaar eerder met pensioen. Die principes werden omgezet in een wetsontwerp. De N-VA heeft dat maandenlang geblokkeerd omdat ze de regeling met de coëfficiënten veel te aantrekkelijk vonden. Zij wilden tot maximaal 1,06 gaan voor alle criteria samen. Gelukkig hield minister Bacquelaine in de regering voet bij stuk.”

Maar op dit ogenblik (van gesprek‚ red.) heeft niemand de lijst met zware beroepen?

“De regering wil eerst verder onderhandelen over het wetsontwerp en nadien pas over die lijst. Maar wij zijn niet van plan om een kat in de zak te kopen en willen de twee zaken tegelijk op de onderhandelingstafel. Parallel moet de regering ook de zaken voor de privésector regelen. Ik ga ervan uit dat veel wordt overgenomen uit het wetsontwerp dat wij bedongen hebben. En dan moet er ook voor de privésector een lijst komen. Het uitgangspunt van de werkgevers kennende, wordt dat een moeilijke discussie. Maar als die lijst er niet komt, voorzie ik problemen met onder andere de private zorgsector. Daar moet dus overeenstemming ko­men. In elk geval heeft Bacquelaine gezegd dat er voor het zomerreces een akkoord moet zijn.”

Ga je mensen teleurstellen?

“Het zal een overlegde oplossing worden, een compromis, en niet het syndicale paradijs weerspiege­len. Medewerkers die contact met burgers hebben, moeten niet te snel hopen dat er daarom sprake is van een psychologische belasting en dat ze dus meteen erkend worden als zwaar beroep. Maar we doen het maximum voor iedereen. We eisen ook dat alles wat onderhandeld wordt, zal gelden voor contractuelen en niet enkel voor vastbenoemd personeel. Neem nu de vuilnisophalers, het grootste deel ervan zijn contractuelen. Die moeten gelijk behandeld worden. We willen ook de vervroegde uit­stapregelingen die nu gelden uit dit dossier houden. Die moeten dus van kracht blijven.”

En als de onderhandelingen op niets uitlopen?

“Als er niets gebeurt, dan zijn er ook geen correcties voor zware beroepen. Dat is het nadeel van onze onderhandelings­positie. Als er geen correcties komen, is iedereen de pineut. Maar dan heeft de re­gering de mensen voorgelogen en dat zal ze achtervolgen tot aan de verkiezingen. Het worden dus nog spannende maanden.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.