Hoe risicoloos is een carrière bij de overheid?

De confrontatie tussen Brugs schepen van personeel en tewerkstelling Minou Esquenet en Hans Maertens van Voka over het cliché van de logge overheid.

Het begon met een uitspraak van Geert Noels: “Een land dat haar ambtenarenstatuut verheft tot het meest aantrekkelijke statuut in de economie, stimuleert de bevolking tot een risicoloze attitude en carrière”. NVA­-parlementslid Grete Remen deed er in Knack een schepje bovenop door te stellen dat “veel talent veilig zit weggestopt bij de overheid”. Hoogste tijd, vond Brugs Schepen van Personeel en Tewerkstelling Minou Esquenet, om in de pen te kruipen: “Goede ambtenaren verdienen applaus in plaats van een beknibbeling op vakantiedagen”, was haar repliek. We spraken met haar af in Brugge, samen met Hans Maertens, gedelegeerd bestuurder van Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen.

Minou Esquenet steekt meteen van wal. “Na het denigrerende stuk van Grete Remen, voelde ik de nood het op te nemen voor de vele overheidsmedewerkers die dagelijks het beste van zichzelf geven voor uw en mijn comfort. Het cliché van een altijd dynami- sche privésector tegenover een altijd logge overheid klopt niet. Bovendien gaat die privésector soms pas dynamisch aan de slag gaat nadat de overheid veel heeft geïnvesteerd. En dankzij de inzet van ambtenaren. Dat verhaal wordt te weinig verteld.”

Wat vind jij van de uitspraken van Noels?

HANS MAERTENS: “Eerst dit: een land dankt zijn welvaart mede aan een goed functionerend overheidsapparaat. Maar als je een sector creëert waarin werkzekerheid, vaste benoemingen, hoge pensioenen en andere voordelen de drijfveer vormen om ambtenaar te worden dan ontneem je een stuk ondernemerszin bij hen. Je beloont ambtenaren beter marktconform, op basis van competenties.”

MINOU ESQUENET: “Helaas kunnen wij maar verlonen volgens diploma. Zo ontneem je getalenteerde medewerkers soms kansen als ze niet het juiste diploma hebben. En dan krijgen wij concurrentie van de privé- sector waar men wel betaalt op basis van competentie. Ik zou dat diplomafetisjisme graag loslaten.”

HANS MAERTENS: “Ik zie het niet als concurrentie. Ik spreek liever over het ‘level playing field, het speelveld om op de arbeidsmarkt te kunnen rekruteren. We stellen vast dat de overheid een aantal voordelen biedt die het voor ons moeilijker maakt mensen aan te trekken. Met name de vaste benoemingen en de hogere pensioenen zijn een doorn in het oog. Een zelfstandige heeft gemiddeld 800 euro pensioen, een medewerker in de privésector tussen de 1200 en 1300 euro. Een ambtenaar zit gemiddeld boven de 2000 euro.”

MINOU ESQUENET: “Ook de privésector biedt voordelen die de overheid niet kan geven: een bedrijfswagen, cafetariaplannen, bonussen.”

Aan die poten wordt toch voortdurend gezaagd? En er zijn bijna geen vaste benoemingen meer.

MINOU ESQUENET: “Wij zijn daar in Brugge bewust mee gestopt. Zelfs een nieuwe algemeen directeur krijgt enkel een mandaat. En pensioneringen worden niet meer automatisch vervangen. De organisatie ging van 1800 werknemers in 2012 naar 1500 nu. Dat systeem heeft nu wel zijn limieten bereikt. Wij moeten een wendbare organisatie zijn. De maatschappelijke uit- dagingen zijn groot en burgers willen 24/24 en 7/7 antwoorden op hun vragen. Onze dienstverlening moet van het allerhoogste niveau zijn.”

HANS MAERTENS: “De overheid heeft te lang geaarzeld om een goed HR-beleid te voeren. Men teert nog altijd te veel op de voordelen die de ambtenaren krijgen. Terwijl we nood hebben aan gemotiveerde ambtenaren.”

Is deze discussie niet te herleiden tot een krapte op de arbeidsmarkt?

HANS MAERTENS: “Dat is inderdaad een gigantisch probleem en wordt nog te vaak afgedaan als een tijdelijk, want conjunctuurgevoelig, fenomeen. Maar het probleem is structureel door onze demografie. Tegenover 100 mensen die over 10 tot 12 jaar uit de arbeidsmarkt stromen, staat een instroom van 78 jonge mensen. Er speelt nog iets: het overheidsbeslag is veel te hoog.
Van elke euro die we produceren vloeit 52 cent naar de overheid. Daarmee zitten we aan de absolute top in Europa.”

Zeggen ze dat niet in de meeste Europese landen?

HANS MAERTENS: “Noorwegen, Zweden en Zwitserland, toch niet bepaald de armste landen, scoren tussen de 40 en 45. Wij hebben een veel te zwaar overheidsapparaat.”

MINOU ESQUENET: “Maar die centen gaan niet allemaal en alleen naar het apparaat hé! Van die 52% komt ook veel terug. Dat wordt onvoldoende beseft.”

HANS MAERTENS: “De vraag stelt zich: doet de overheid vandaag niet veel te veel? En vragen burgers en ondernemers niet te veel van de overheid? Een overheid kan niet alles oplossen. Men wil dat wel doen, waardoor er weer nieuwe medewerkers nodig zijn en zo voedt dit systeem zichzelf.”

MINOU ESQUENET: “Ik voel me niet aangesproken. We zijn een efficiënte en performante organisatie en willen gelukkige en gemotiveerde medewerkers. We zijn volop bezig met proefprojecten rond flex- en telewerk, de afschaffing van de prikplicht en het vervangen van de verplichte evaluatie door permanente feedback.”

HANS MAERTENS: “Een overheid moet zich elke dag in vraag durven stellen, net zoals een bedrijf dat doet. Daar wordt op elke euro gekeken om competitief te blijven. De oefeningen die Brugge gemaakt heeft zou elke overheid moeten doen. Je moet een organisatie future proof maken.”

Ik heb het woord outsourcing nog niet horen vallen?

MINOU ESQUENET: “Een overheid heeft ook de taak om doelgroepen die niet op de reguliere arbeidsmarkt terecht kunnen werk te bieden. Afgezien daarvan is er niets mis mee bepaalde taken uit te besteden aan de privésector, als die daar veel beter in is, of gedurende bepaalde periodes.”

HANS MAERTENS: “Ik zie veel mogelijkheden in privaat-publieke samenwerkingen. Maar natuurlijk heeft een overheid ook een sociale rol. Het is niet het een of het ander, maar het een én het ander. Tegelijk is er een gebrek aan wederzijdse mobiliteit tussen overheid en privésector. Iemand die na zijn studies bij de overheid start en daar blijft tot na zijn 60ste krijgt te weinig impulsen. Omgekeerd: waarom zijn er in het onderwijs zo weinig oudere werknemers uit de privésector die lesgeven? Die hebben een pak praktische ervaring en kan je her- scholen tot leraar. Die wisselwerking tussen overheid en privé zien we veel te weinig.”

MINOU ESQUENET: “Onlangs vertrokken twee heel goede medewerkers uit mijn eigen dienst naar de privé. Die gaven hier het beste van zichzelf en zochten nieuwe uitdagingen. Prima, ik raad iedereen aan om eens de Rubicon over te steken.”

HANS MAERTENS: “Wij zijn in Vlaanderen veel te versnipperd, ook overheden, werkgeversorganisaties en het middenveld. Terwijl we beter meer zouden samenwerken. Stel je eens voor dat we het overheids- beslag van 52 kunnen terugbrengen naar 45. Met die 7%, dat is 28 miljard, kan je een nieuw beleid voeren. Nu blijven we in de vicieuze cirkel. Iedereen draagt hierbij zijn verantwoordelijkheid. In veel discussies blijft de vakbond pleiten voor een status quo. Terwijl ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen en niet alleen vechten voor de rechten van vandaag maar ook die van morgen en overmorgen. Dat neemt niet weg dat ik ook goede signalen zie.”

MINOU ESQUENET: “Wij kunnen hierover in Brugge absoluut niet klagen, we hebben een constructief overleg. Het langetermijnbelang van werkgever en werknemer zijn enkel gegarandeerd als er een win-win-situatie is. ”

Ontbreekt het in de politiek niet aan een langetermijnvisie?

HANS MAERTENS: “Het ontbreekt overal aan een langetermijnvisie. Dat zit in onze cultuur. Wij Vlamingen zijn doeners, denken doen we veel te weinig. Dat zit niet in ons. In Nederland discussiëren ze totdat iedereen op één lijn zit. Hier niet. Hier maken we akkoorden voor 80%. En van die andere 20% denken we dat we het wel kunnen regelen. Juist daar ontstaat dan ruzie over. Het ontbreekt aan moed om de burger uit te leggen hoe het werkelijk in elkaar zit. Dat we, als het zo doorgaat, failliet gaan.” 

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.