Onbelast bijverdienen

De confrontatie tussen Maggie De Block, minister van sociale zaken en volksgezondheid, en Sandra Rosvelds, hoofd van de studiedienst bij Beweging.net.

Elke Belg kon normaal vanaf 1 januari 2018 voor een deel onbelast bijverdienen. Het paradepaardje van Open VLD moest echter gas terugnemen na kritiek uit het middenveld en uit de Franse Gemeenschap. Hoe moet het nu verder met de veelbesproken maatregel? En is de kritiek terecht? Minister van Sociale Zaken Maggie De Block en Sandra Rosvelds van beweging.net bespreken de valkuilen én opportuniteiten.

 

IEDEREEN DIE AL minstens vier vijfde werkt of met pensioen is‚ mag een stuk onbelast bijverdienen. Oorspronkelijk ging het om 1.000 euro per maand met een limiet van 6.000 euro per jaar. Het bedrag werd bijge­steld naar 500 euro per maand met dezelfde limiet van 6.000 euro per jaar. Je kunt onbe­last bijverdienen met kleine klusjes‚ bijlessen geven‚ kinderopvang en de zorg voor ouderen.

Waarom is dit dossier een prioriteit?

MINISTER DE BLOCK: “De vrijwilligersvergoe­ding vastgelegd in de vrijwilligerswet van 2005 dient enkel om de onkosten te dekken, en dat blijkt niet altijd voldoende om mensen aan te trekken. Vooral in de sportsector is er nood aan een extra statuut. De culturele
sector heeft het evenmin makkelijk om mensen te vinden én te houden. En ook de zorgsector heeft enorm veel extra handen nodig, vaak voor niet-medische taken. Medewerkers in deze sectoren krijgen nu vaak een vrijwilligersvergoeding als ver­doken prestatievergoeding, maar daarvoor dient die vergoeding natuurlijk niet. Anderen werken dan weer in het zwart. Met deze maatregel creëren we een statuut waarmee zij op een wettige, correcte manier vergoed kunnen worden voor hun engagement. Iets waar deze sectoren al lang om vragen.”

“Daarnaast zijn er veel diensten die burgers aan elkaar kunnen verlenen. Denk aan het gezelschap houden van ouderen, op iemands kinderen letten op woensdag­namiddag of bijlessen geven. Ook voor deze occasionele diensten van burger tot burger zal het statuut dienen. Het reguliere circuit haalt vaak de neus op voor dit soort kleine, occasionele opdrachten. Maar dankzij dit statuut zullen mensen toch makkelijker hulp kunnen vinden.”

“Het is helemaal niet de bedoeling dat dit statuut dient als vervanging van vrijwilli­gerswerk of dat we in het vaarwater komen van de zelfstandigen. Om dat te vermijden hebben we strikte veiligheidsmechanismen ingebouwd, zoals de maximumgrens voor dit soort inkomsten en de vereisten rond tewerkstelling. Het lijkt me ook evident als je iemand inschakelt voor bijscholing aan je kinderen, die persoon gekwalificeerd is. Zoals bij elk vernieuwing treedt er ook hier weerstand op en vrezen mensen spoken, doemscenario’s. Maar de praktijk zal uitwij­zen dat die koudwatervrees niet nodig was, daar ben ik van overtuigd.”

De voornaamste kritiek uit het middenveld is dat er niet voldoende is nagedacht over de disruptieve gevolgen op lange termijn.

SANDRA ROSVELDS: “Dat klopt. Er zijn handen te kort in de zorg, in de opvang, … Maar voor ons is dit statuut niet de oplossing. Enerzijds vrezen vrijwilligersorganisaties dat vrijwil­ligers een hogere vergoeding willen. Orga­nisaties kunnen het daarom moeilijk krijgen om vrijwilligers aan te trekken. Anderzijds is er de vrees dat dit statuut leidt tot een fundamentele - en in onze mening disrup­tieve - verandering van de arbeidsmarkt. Wat als een substantieel deel van de werk­nemers overschakelt op 4/5 of als een pak zelfstandigen in bijberoep naar dit systeem overstappen omdat het fiscaal interessanter is? Of als er jobs verloren gaan in de kinder­opvang omdat mensen hun kinderen steeds meer thuis één op één laten opvangen? Daar is volgens ons niet genoeg rekening mee gehouden. Dat zijn misschien allemaal ‘spoken’, maar de realiteit zal moeten uitwijzen hoe groot die verschuivingen en effecten zijn. Vandaar ook onze vraag om een heel goede monitoring te voorzien. We zijn ook geschrokken van de zeer uitgebreide lijst die plots op tafel lag na het zomerakkoord. Aanvankelijk ging het enkel over de sportsector, waar er wel degelijk nood is aan een extra statuut. We willen dat de overheid de tijd neemt om die impact te bestude­ren zoals men dat voor de sportsector wel gedaan heeft.”

MINISTER DE BLOCK: “In die permanente, gron­dige monitoring voorzien we ook. Dat heb­ben we van bij het begin duidelijk gemaakt, want we willen meteen kunnen bijsturen als dat nodig zou blijken. Wat betreft je andere punten: ik begrijp sommige twijfels, maar feit is dat er een duidelijke nood aan een derge­lijk statuut bestaat op het terrein. Die vul je niet in door alles bij het oude te laten. Het is ten eerste niet aantrekkelijk voor zelfstandi­gen in bijberoep om naar dit statuut over te gaan omdat ze hun onkosten dan niet meer kunnen inbrengen. Wat betreft de naschoolse opvang: het statuut dient net om dat tekort op te vangen én om een optie te voorzien vanaf 17u of 18u als de opvang sluit. En wat betreft jeugdverenigingen, dat is gewoon een ander circuit. Daar gaat het vaak om studenten, dus voor hen is deze maat­regel sowieso niet van toepassing. Vrijwilligerswerk is de lijm in onze samenleving, daar willen we echt niet aan raken.”

Digitale platformen

SANDRA ROSVELDS: “Een ander punt dat voor ons heel gevoelig ligt, is het gebrek aan afbakeningen van mensen die diensten leveren via een digitaal platform. Zij zijn opgenomen in dit statuut, maar kennen niet dezelfde controlemechanismen als de andere sectoren die aan bod komen.”

MINISTER DE BLOCK: “Dat snap ik, maar dat is nu eenmaal een keuze geweest. De wet voor de deeleconomie en die platfor­men bestond al en we hadden niet de intentie daar iets aan te veranderen. Dit gezegd zijnde, vrezen wij niet voor grootschalig misbruik. In de praktijk zien we trouwens dat die digitale platformen helemaal niet de proporties aannemen als gevreesd werd. Ze moeten bovendien aan bepaalde voorwaarden voldoen om een erkenning te krijgen. En als er misbruiken worden vastgesteld, zullen we niet aarzelen om in te grijpen.”

Waarom mogen mensen met leefloon of uitkering geen beroep doen op deze maatregel? Straffen we op die manier niet diegenen die het al het moeilijk hebben?

MINISTER DE BLOCK: “In mijn oorspronkelijk voorstel konden mensen die in een kort traject naar werkhervatting zaten
wel degelijk gebruikmaken van deze maatregelen. De sociale partners waren het daar echter niet mee eens. Waarom
moeten ze al werken of met pensioen zijn? Omdat ze geen sociale rechten opbouwen met bijklussen, dus moeten die rechten ergen anders opgebouwd worden. We willen er zeker en vast geen schijnstatuut van maken. En we willen waken over de valkuil om in een werklozenstatuut te blijven en intussen bij te klussen.”

SANDRA ROSVELDS: “Daarvoor waarschuwen wij ook. We willen mensen ervoor hoeden dat ze omschakelen van voltijds naar 4/5, ze voor deze 1/5 geen rechten opbouwen."

Niet alleen uit het middenveld‚ maar ook recenter uit de Franse Gemeenschap kwam er kritiek. Wat zijn de volgende
stappen voor dit dossier?

MINISTER DE BLOCK: “Als de Franse Gemeen­schap overleg wilde voeren met externe partners, hadden ze dat al lang kunnen doen. Ze zijn sinds het zomerakkoord nooit met concrete tekstuele verbeteringen gekomen. Ik zie het als een puur politiek manoeuvre.”

SANDRA ROSVELDS: “Voor ons is het vooral van groot belang dat er voldoende tijd is om te bekijken wat de impact zal zijn in alle secto­ren. Dat is intussen ook wel gebeurd door de Vlaamse Gemeenschap. Als daar nog calami­teiten uitkomen, is monitoring en bijsturing nodig. Niet alleen de eerste twee jaar, maar vooral op lange termijn. Mocht dat het gevolg zijn, hopen we dat er de politieke moed is om in te grijpen. Niemand heeft er namelijk baat bij dat onze sociale stelsels verstoord worden.”

MINISTER DE BLOCK: “Dat is absoluut waar. We moeten erover waken dat de statuten van werknemers, vrijwilligers en zelfstandigen ten volle benut worden. Tegelijk mogen we niet bang zijn om meer verscheidenheid op onze arbeidsmarkt te brengen, zeker niet als er opportuniteiten zijn.”

SANDRA ROSVELDS: “De toekomst zal het uitwijzen.”

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.