Personeel Instituut voor Ruimte-Aeronomie is bezorgd over de toekomst
De syndicale delegatie van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA) heeft vanmiddag een tekst overhandigd aan voogdijminister Vanessa Matz tijdens haar bezoek aan het Instituut. Daarin stellen ze de lineaire besparingen aan de kaak waarvan het instituut en de andere federale wetenschappelijke instellingen al jaren het slachtoffer zijn. Deze besparingen brengen de taken van het BIRA ernstig in het gedrang.
Het personeelsbestand van het BIRA bestaat voor 70% uit contractuelen. Vaak worden zij gefinancierd via onderzoeksprojecten en daarmee hebben zij geen zekerheid over hun toekomst op lange termijn. Het BIRA speelt een voortrekkersrol in het onderzoek naar klimaatverandering. In een tijd waarin er tientallen miljarden geïnvesteerd worden in bewapening, benadrukt het personeel nog eens het belang van investeringen in wetenschappen voor ons welzijn.
Onzekere projectfinanciering
De federale wetenschappelijke instellingen krijgen al jaren te maken met lineaire besparingen van 2% per jaar. Doordat de federale overheid steeds minder middelen toekent aan de wetenschapsinstellingen, worden ze ertoe gedwongen om op zoek te gaan naar alternatieve financiering via onderzoeksprojecten. Het resultaat daarvan: steeds meer personeelsleden, met name wetenschappers, zijn contractueel tewerkgesteld en dus afhankelijk van de wisselvalligheden van de projectfinanciering, zonder garanties op lange termijn. Zo is momenteel 70 % van het personeel van het BIRA contractueel tewerkgesteld. Bovendien is nu al geweten dat het instituut dit jaar geen nieuwe mensen zal kunnen aanwerven en dat de mensen die in 2026 met pensioen gaan niet vervangen zullen worden.
Unieke expertise
Zonder financiering op lange termijn zou het voor het instituut niet mogelijk zijn om innovatieve bijdragen te leveren aan ruimtemissies. Dankzij zijn unieke expertise in de studie van de atmosfeer speelt het BIRA een onmisbare rol op het internationale toneel op vlak van onderzoek naar luchtvervuiling en de klimaatcrisis. Die expertise wordt mogelijk gemaakt dankzij een federale dotatie. Als die dotatie nog verder afneemt, wordt het voor het BIRA moeilijker om in te gaan op projectoproepen.
Met de klimaatcrisis staan we voor een enorme uitdaging. Hoe kunnen we die aanpakken zonder financiering en langetermijnvisie? Hoelang blijven we de wetenschap nog opofferen aan lineaire besparingen? Er is dringend nood aan een toekomstplan.

