Nieuws
31-1-2022
Een tijd van leren, een tijd van spelen
Al twee jaar worden er in Vlaanderen zomerscholen ingericht. Op een drafje ontstaan om de verwachte leervertraging, opgelopen door corona, te milderen, wil minister Weyts ze nu, in samenspraak met minister Somers, verankeren in een decreet. Zo leggen ze de regels voor de organisatie vast en verzekeren ze de continuïteit. Toch stellen we ons wel wat vragen bij dit initiatief.
Eind juni 2021 schreef minister Weyts in een persbericht dat zomerscholen voor kwetsbare jongeren “een wereld van verschil” maken. “In zo’n zomerschool wordt in minimaal tien dagen de leerachterstand van jongeren weggewerkt”, zo zei hij nog ambitieus. Maar is dat niet de opdracht van de échte school?
Hoewel de minister ook toegeeft dat leervertraging vooral in de scholen en tijdens de schooluren moet worden weggewerkt, staan er in het voorstel van decreet en in de memorie van toelichting toch enkele uitspraken die ons de wenkbrauwen doen fronsen. Er wordt gesproken over het individueel onderwijstraject van kinderen, het leveren van maatwerk, het engageren van mensen met voldoende pedagogische bekwaamheid. Zomerscholen zouden bovendien het leerrecht van kinderen nog beter garanderen.
Voor het COV is een zomerschool een leerrijk vakantie-aanbod naast de vele andere vrijetijdsinitiatieven. Er gebeuren vaak heel mooie dingen met een groot engagement, maar het is geen verplichte activiteit. Niet voor de kinderen en jongeren, en ook niet voor jullie, het onderwijspersoneel. Zomerscholen zijn erg verrijkend en nuttig om de kennis die tijdens het schooljaar werd opgedaan, niet verloren te laten gaan. Maar het is geen regulier onderwijs. Als je verwacht dat er wordt “bijgespijkerd” en dat er individuele leertrajecten worden uitgetekend, dan verander je ingrijpend de aard van de activiteit en richt je dus onderwijstijd in tijdens de vakantie. Dat is meer dan één stap te ver.
Als zomerscholen verankerd én ingezet worden om het leerrecht van kinderen te garanderen, is dat een teken dat échte scholen falen in hun opdracht. Een minister van onderwijs zou zich dan beter afvragen hoe dat komt en vervolgens voldoende middelen en ondersteuning voorzien zodat jullie en jullie scholen tijdens het schooljaar de ontzettend grote uitdaging kunnen aangaan om elk kind het onderwijs te geven waar het recht op heeft. Dat is waar het om gaat.
Marianne Coopman
Zwartopwit, in Basis-1 2022

