Uitbreiding omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling

In het federaal regeerakkoord is opgenomen dat het geboorteverlof stapsgewijs uitgebreid zal worden van tien naar twintig dagen. Vanaf 1 januari 2021 hebben werknemers uit de privésector recht op vijftien dagen geboorteverlof, vanaf 1 januari 2023 hebben ze recht op twintig dagen. De Vlaamse regering heeft beslist de regelgeving voor het onderwijs hieraan aan te passen. 

De benaming van het aangepaste geboorteverlof in het niet-hoger onderwijs is ‘omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling’. In het hoger onderwijs spreekt men over ‘geboorteverlof’. 

Voor geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2021 bedraagt het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling of het geboorteverlof vijftien werkdagen. Voor geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023 bedraagt het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling of het geboorteverlof twintig werkdagen.

Dit verlof kan worden opgenomen bij de geboorte van een kind waarvan de afstamming aan de kant van het personeelslid vaststaat. Bij afwezigheid van een persoon die omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling opneemt op grond van de afstamming van het kind, heeft het personeelslid dat gehuwd is of samenwoont met de moeder van het kind recht op deze vorm van omstandigheidsverlof.

Het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling of geboorteverlof moet opgenomen worden binnen een periode van vier maanden vanaf de bevalling, waarbij in het hoger onderwijs minimaal zeven dagen en in het niet-hoger onderwijs minimaal vijf dagen aaneensluitend moeten worden genomen. Als de inrichtende macht akkoord gaat, mogen deze vijf dagen in het niet-hoger onderwijs ook niet aaneensluitend genomen worden.

De verloning van dit verlofstelsel is momenteel nog onderwerp van discussie. 

Voor het niet-hoger onderwijs staat vast dat de eerste tien dagen volledig worden bezoldigd. Voor de overige vijf dagen is nog niet zeker of ze volledig zullen worden bezoldigd, dan wel aan 82% van een begrensd loon. 

In het hoger onderwijs zou voor vastbenoemde personeelsleden het geboorteverlof bezoldigd worden gedurende de eerste tien werkdagen. Vanaf de elfde werkdag zou het personeelslid 82% van het (begrensde) loon ontvangen. Een tijdelijk personeelslid zou voor het geboorteverlof gedurende drie werkdagen zijn salaris ontvangen. Tijdens de resterende dagen zou de betaling van het salaris geschorst worden en zou het personeelslid een uitkering van het ziekenfonds krijgen, die de hogeschool aanvult tot aan het nettosalaris gedurende zeven werkdagen.

COC is van mening dat zowel voor tijdelijken als vastbenoemden het hele verlof volledig moet worden bezoldigd.


Personalization