Hoe starten we ons onderwijs weer op na de lockdown?

De scholen weer opstarten na de lockdown wordt een hele uitdaging. COnneCt geeft raad.

Het is voor de hele wereld duidelijk dat we bijzondere tijden meemaken. We worden geconfronteerd met een soort onzekerheid die we al heel lang niet meer hebben gekend, waardoor het erg moeilijk is om te voorspellen hoe de toekomst er de komende weken of maanden zal uitzien.  

Enerzijds kan niemand vandaag voorspellen wanneer de lockdown definitief zal stoppen. Het wordt afwachten wat de overheid beslist. COC wenst dat de veiligheid van het personeel, de leerlingen en de ouders voorop wordt geplaatst. Op het thema preventie gaan we hier niet uitgebreid in, maar het spreekt voor zich dat we alle aanbevelingen nauwgezet uitvoeren.

Anderzijds kunnen we er niet omheen dat alle onderwijspersoneelsleden eigenlijk graag zouden hebben dat alles ‘back to normal’ gaat. We willen allemaal terug aan het werk in onze school. COnneCt stelde zich de volgende vragen en zocht antwoorden.

Waaraan mogen we ons verwachten bij een heropstart?

Het zal ongetwijfeld een ontzettend drukke periode worden. Het werk dat je normaal gezien doet als je op school aanwezig bent, heb je nu noodgedwongen toch minstens gedeeltelijk moeten uitstellen.

Directeurs en alle leden van het beleid kunnen hier zeker een belangrijke ondersteunende rol in spelen. Bijvoorbeeld door zo vlug als mogelijk duidelijkheid te scheppen rond de schoolkalender en de organisatie van het einde van het schooljaar.

We zullen ons allemaal flexibel moeten opstellen en begrip moeten hebben voor de onvoorziene omstandigheden die voor iedereen ingrijpend zijn. In deze situatie zal het niet altijd mogelijk zijn de reguliere afspraken altijd correct toe te passen.
We zullen allemaal moeten improviseren. (Ook al willen we dat liever niet.) Dat zal voor spanning zorgen. Geduld zal nog meer dan anders een mooie deugd zijn.

Hoe zullen wij ons voelen? Hoe zullen de leerlingen zich voelen?

We kunnen ervan op aan dat we tijd en energie zullen moeten stoppen in de opvang van de leerlingen. Ze hebben de voorbije weken en maanden tenslotte heel wat meegemaakt. We kunnen als school dan ook best voorzien in een soort welkomstmoment. Het is belangrijk dat je tijd voorziet voor leerlingen om zorgen te delen en ervaringen uit te wisselen. Dat zal niet evident zijn gezien de noodzakelijke ‘social distancing’. Maar het is evenmin aan te raden om gewoon weer over te gaan tot de orde van de dag bij de eerste schooldag.

Ook de onderwijspersoneelsleden zullen nood hebben aan de mogelijkheid om frustraties te uiten, om vragen te stellen, om ondersteuning te krijgen en te geven. Jullie problemen verdienen bij de heropstart van jullie werk de nodige aandacht en tijd.

Hoe bereid ik me het beste voor?

Leraars kunnen in overleg met de vakwerkgroep en op basis van de aanbevelingen van de begeleidingsdiensten keuzes maken rond welke leerstof ze nog willen afwerken. 
Welke leerstof kan er eventueel geschrapt worden?
Welke lesonderwerpen moet je zeker behandelen in functie van het volgende schooljaar? 
Het eerste, derde en vijfde van het secundair onderwijs zijn nog relatief veilige jaren, gezien de graadsleerplannen: zij laten een ruimere marge toe in de planning van de lesonderwerpen. Voor de leerlingen van het tweede, vierde en zesde jaar is dat minder evident omdat de studiekeuze op het einde van een graad bepalend is en omdat heel veel leerlingen dan van richting/optie/school veranderen.

Van het ondersteunend personeel zal men een nog grotere flexibiliteit dan gewoonlijk verlangen. Het kan zeker geen kwaad om al zoveel mogelijk voorbereidend werk te doen. Attesten, diploma’s getuigschriften … controle van afwezigheden en de registratie ervan …

Voor het schoolbeleid wordt het ook een hectische periode. Normaal gezien vinden de inschrijvingen en opendeurdagen in deze periode van het jaar plaats. Directeurs kijken dan meestal al naar een volgend schooljaar. Zijn er meer of minder inschrijvingen? Zijn er extra personeelsleden gewenst? Moeten we rekening houden met besparingen? 

Problemen blijven bestaan

De problemen die je had voor de lockdown zullen er na de lockdown hoogstwaarschijnlijk nog zijn.
Problemen lossen zich zelden zomaar op. Als je een probleem had voor de coronacrisis zal dat probleem zich na de crisis waarschijnlijk ook weer voordoen.

Functioneerde je vakwerkgroep niet naar behoren? Had je een probleem met een collega? Was er een leerling die niet goed meewerkte? 
Ook tijdens de lockdown hield je de vinger aan de pols, maar de bijna spreekwoordelijke afstand zorgde voor een soort veiligheid. Na de ‘exit’ valt die afstand weg en zullen de problemen zich dus weer voordoen.

Hou er rekening mee dat je niet alle problemen kan oplossen. Door de drukte die zich aandient, zul je ongetwijfeld heel wat bijkomende ijzers in het vuur hebben. Focus je op wat voor jou het belangrijkste is en probeer minder belangrijke problemen eventjes te relativeren of te parkeren. We hopen allemaal dat we na de zomervakantie de tijd zullen krijgen en vinden om ook die problemen aan te pakken.

Er zijn veel mensen die je kunnen helpen

Je staat er niet alleen voor. Je hebt je familie, vrienden en collega’s. Ze maken allemaal hetzelfde mee. Het is heel belangrijk om over je vragen, bedenkingen en gevoelens te praten. Door zorgen te delen, voel je je gesteund. 
Je hebt ook je coördinatoren, directie, mentoren, begeleiders … allemaal mensen die wellicht antwoorden kennen op een aantal van je vragen. We zijn er ons niet altijd van bewust dat er toch heel wat problemen zijn die eenvoudig kunnen worden opgelost door een mailtje of een berichtje te sturen of even te telefoneren.

Ten slotte: de wet van Tuchman

Barbara Tuchman was een historicus en auteur. In het standaardwerk ‘De waanzinnige veertiende eeuw’, waarin ze de geschiedenis van die woelige periode (100-jarige oorlog, uitbraak van de pest …) beschrijft, formuleert ze een wet. We willen haar citeren om twee redenen. De wet van Tuchman is geschreven in 1980 en doet,, vooral vanwege de inleiding op de wet, erg hedendaags aan. Tegelijk helpt ze ons om al het nieuws dat we momenteel te verwerken krijgen in een bredere context te plaatsen. We nemen een stukje over uit haar boek. Eerst geeft ze aan waarom ze ertoe komt om een wet te formuleren. Daarna volgt de wet zelf.

“Nadat men het nieuws van vandaag op zich heeft laten inwerken, verwacht men een wereld te zien die geheel bestaat uit stakingen, misdaden, energiegebrek, lekkende waterleidingen, vertraagde treinen, schoolsluitingen, woestelingen, verslaafden, neonazi’s en verkrachters. In feite kan men ’s avonds thuiskomen – op een goede dag – zonder meer dan één of twee van dit soort verschijnselen te zijn tegengekomen."

Dat heeft de auteur ertoe gebracht de wet van Tuchman als volgt te formuleren: 

"Het vastleggen van een gebeurtenis vermeerdert ogenschijnlijk de omvang van elke betreurenswaardige ontwikkeling vijf- tot tienvoudig (of met elk ander cijfer dat de lezer wenst in te vullen).”

Barbara Tuchman, ‘De waanzinnige veertiende eeuw’ 1980, Uitgeverij De Arbeiderspers.

Heb je een vraag voor COnneCt of nood aan een gesprek? Neem contact op!
Knop COnneCt-chat

Personalization

Je webbrowser is verouderd en wordt niet ondersteund door de ACV-website. Klik hier om een nieuwere versie te installeren.