Lesgeven in Coronatijden

De scholen werden gesloten en heropenden enkele weken geleden. De richtlijnen leken om de haverklap te wijzigen. Maandenlang was het onderwijs een van de belangrijke Corona-gespreksonderwerpen. We vroegen enkele leerkrachten hoe ze deze bijzondere periode beleefd hebben.

    

Zalig om terug voor de klas te staan!

Ingrid werkt als kleuterleidster in de tweede kleuterklas in Mater Dei in Leuven. ‘We hebben alle ouders ge-e-maild. Al wie niet antwoordde hebben we telefonisch gecontacteerd. Met hen zijn we telefonisch contact blijven houden. We hebben veel allochtone kinderen en kinderen in moeilijke thuissituaties. Wij hoorden van andere scholen dat alles online gebeurde, maar dat was bij ons niet haalbaar.’

Bij alle kinderen werd om de twee weken een envelop in de brievenbus gestoken. ‘Daar zaten knutseltips in, werkblaadjes, kleurprenten, telkens rond een thema. Dingen om thuis te doen, met hulp van de ouders. Van de ouders werd in deze periode heel veel gevraagd. Kleuters hebben voor alles een ouder nodig. Ik heb de ouders wekelijks een dankbriefje gestuurd. Dat ze het goed deden, dat ze moesten volhouden.’

 

Kleuters hebben voor alles een ouder nodig. Ik heb de ouders wekelijks een dankbriefje gestuurd.

 

‘Het was anders werken. Ik werk normaal niet op papier, nu moest ik dingen zoeken die de kleuters thuis op papier konden doen. Dat was even schakelen in mijn hoofd. Gelukkig stonden we er niet alleen voor, er was veel ondersteuning, door Klasse, door de educatieve uitgeverijen....’ Daarnaast probeerde Ingrid haar kleuters ook online te bereiken. ‘Ik vond dat moeilijk. Ik ben niet meer piepjong. Met Zoom bereikte ik alleen de kleuters uit gezinnen die de middelen hadden om ermee te werken. Meer dan de helft bereikte ik niet. Met 3 kinderen heb ik zelfs heel de periode geen contact gehad. Zelfs de telefoon werd niet opgenomen.’

Sinds dinsdag staat Ingrid weer voor de klas. ‘Het was zalig! De kinderen waren ook heel blij. Ze kwamen me spontaan een knuffel geven. Ik had veel activiteiten voorzien, maar ze wilden alleen maar spelen. Ze hadden elkaar ook lang niet gezien.’ 

 


De heropstart heeft Ingrid, als vakbondsafgevaardigde, samen voorbereid met de directie. We hebben meerdere keren samengezeten om plannen op te stellen. Ook na de paasvakantie, toen er kinderen naar de opvang kwamen. Er mochten toen bubbels zijn tot tien kinderen. We hadden net een heel systeem uitgedokterd, toen Ben Weyts verkondigde dat het 20 kinderen mochten zijn. Dat was even slikken. Heel ons plan moest hertekend worden. Dat deden we dan, omdat we echt begaan zijn met onze kleuters. We zijn zelfs aan huis gaan aanbellen om te vragen hoe het met de kinderen ging.’

 

Veel puzzelen

Ward is leerkracht in het vijfde leerjaar in basisschool ’t Sjibke in Betekom. ‘Ik heb meteen beslist om geen live lessen te geven, omdat Smartschool zou blokkeren als  alle leerkrachten dat deden. De meeste gezinnen hebben ook meer dan één kind. Probeer als ouder maar in te plannen dat kind 1 om 10 uur les heeft en kind 2 ook, maar kind 3 om halfelf... Ik had wekelijks drie naschoolse vragenuurtjes. De kinderen hadden nooit vragen. Alles was altijd gelukt. Maar als ze iets moesten doorsturen krioelde het van de fouten. In de klas loop je rond, en zie je het als het niet lukt. Nu heb je totaal geen controle. Dat vond ik het ellendigst van heel de periode. Je bouwt natuurlijk wel controlemechanismen in. Die leerden me soms vooral dat mama of papa heel veel gerekend had. Als alle online oefeningen juist zijn terwijl je weet dat dat kind dat in de klas nooit allemaal juist heeft…’

‘Zeker de eerste weken waren heel druk. Ik kreeg tientallen mailtjes: ‘meester dat gaat niet’, ‘dat vind ik niet’, ‘waar staat dat’, ‘hoe werkt dat’, ‘die QR-code kan ik niet inscannen’, ‘kun je dat doorsturen’... Dat is nu wel minder. Maar het blijft hard werken. Ik heb heel de paasvakantie gewerkt om daarna afstandsonderwijs te kunnen geven.’

‘Ben Weyts zegt dan plots in het nieuws: we gaan open! Dat komt natuurlijk mooi over bij de ouders. Als school heb je dan nog een paar dagen om dat geregeld te krijgen, terwijl de draaiboeken niet eens up-to-date zijn. Je mag open, maar je weet niks. Welke leerlingen mogen terugkomen?  Hoeveel mogen er in een klas? Wat met de 4 m2 per leerling? Hoe maakten we de  gangen eenrichtingsverkeer? Hoeveel kinderen konden tegelijk naar het toilet? Wie moest waar de handen wassen? En vooral: hoe moesten we dat realiseren met de beschikbare mensen?’

‘We hebben enorm veel puzzels en schema's gemaakt. De informatie kwam vaak belachelijk laat. Een klein nieuw detail betekent een volledig nieuwe puzzel. Heel frustrerend. Ik snap dat de minister de scholen maximaal wil openen. Maar er zat geen lijn in. De ene dag mochten er maar 14 kinderen in een klas, de volgende dag plots veel meer. Maar 14 kinderen of alle kinderen in een klas, dat is qua puzzel totaal anders!’

‘De strikte veiligheidsvoorschriften werkten niet voor kinderen. Ze moesten op anderhalve meter van elkaar blijven en elkaar niet aanraken. Ze hebben dat geprobeerd, en wij hebben als leerkrachten geprobeerd dat in het oog te houden, maar het was bizar. De kinderen kregen in de speeltijd bijvoorbeeld een bal. Eén kind mocht die met de handen aanraken, de rest alleen met de voet. Ze hebben dat heel goed gedaan, maar van kind kunnen zijn was geen sprake meer.’

 

Je moet samen klas maken, en dat is nu helemaal weg

 

Maandag kan Ward weer naar school. Kijkt hij ernaar uit? ‘O ja. De kinderen zijn het thuis zitten beu. Ik ben heel blij dat ik ze maandag weer kan zien. Je moet samen klas maken, en dat is nu helemaal weg. Ik heb ze wel al verwittigd: het tempo zal hoog liggen. Maar de kinderen hebben elkaar ook tien weken niet gezien, behalve via webcam. We moeten tijd steken in het aanhalen van de vriendschapsbanden, want over drie weken is het zomervakantie en zien ze elkaar misschien weer negen weken niet.’

 ‘Ik maak me geen zorgen over de “verloren maanden”. Wat zijn tien weken op een mensenleven? Ik maak me wel zorgen om de kinderen die het sowieso al moeilijker hadden en die thuis geen begeleiding hadden. Ik weet niet hoe het met hen gaat. Dat vind ik moeilijk: ik weet niet of mijn werk gerendeerd heeft. Je maakt lessen, je neemt filmpjes op, je ziet dat die vaak bekeken worden, maar heeft dat zijn leerwinst gehad?’

 

Online live lesgeven ... het is niet simpel

Erica geeft les in de Parkschool in Leuven, een lagere school voor buitengewoon onderwijs. ‘We hebben meteen bundels gemaakt met herhaling van leerstof . We mochten er daarbij niet van uitgaan dat alle ouders konden helpen. We hebben veel anderstalige kinderen. Voor hun ouders is het niet evident om een instructie te lezen en die dan over te brengen aan hun kind. Als we daar geen rekening mee hielden, zouden we een hele grote kloof krijgen tussen de kinderen die thuis wel en niet geholpen kunnen worden. De bundels leverden we aan huis af. Niet evident, want we hebben leerlingen van Boutersem tot Erps-Kwerps.’

Na de paasvakantie werd gestart met live lessen. ‘We hebben alle ouders opgebeld. Veel gezinnen bleken geen computer te hebben. Voor de oudste kinderen konden we dat oplossen met de stad Leuven. Jongere kinderen konden in de opvang op school de online lessen volgen. De live lessen deden we via Teams. We hebben voor de ouders stappenplannen gemaakt, op papier en in filmpjes, om te tonen hoe dat werkte. Sommige ouders moesten we via Whatsapp stap voor stap helpen. Ik heb iedereen kunnen bereiken op één meisje na, maar sommige kinderen heb ik maar twee keer gezien.’

‘In het buitengewoon onderwijs wordt heel veel gehandeld. Bij rekenen vertrekken we altijd vanuit het concrete. Bij het tellen krijgen de kinderen concreet materiaal. Het is voor hen heel belangrijk dat er bij "meer" iets concreets bij komt, en dat ze dat zelf kunnen vastnemen en erbij leggen. Ik kan dat tonen op mijn computer, maar zolang zij die handeling zelf niet hebben kunnen doen, maken ze zich dat niet eigen. De brug over de tien heb ik niet durven geven, uit angst dat ze dat thuis verkeerd zouden doen. Ze hebben dat de komende jaren nog veel nodig. Als ze dat dan fout verankerd hebben… Dat risico was te groot.’

 


 

Naast de lessen aan de eigen klas sprong Erica tot nu ook in op school. ‘Ik was twee dagen per week op school, en deed dan voor één klas de toezichten, een uurtje knutselen en een uurtje turnen.’

‘Toen het nieuws kwam dat 1, 2 en 6 mochten opstarten, is gekeken wat haalbaar was. Klasgroepen moesten gesplitst worden, hoeveel lokalen konden we gebruiken, kon het poetspersoneel die ook allemaal netjes houden? De type 9- klassen, voor kinderen met autisme, konden opstarten omdat dat kleinere groepen zijn. Bij het basisaanbod is er eerst gekozen om alleen de schoolverlaters te laten starten.’

Morgen starten alle klassen op. De kinderen kijken er heel erg naar uit. Ze missen elkaar, en de juf, en het gewoon op school zijn. De komende weken zullen we vooral aftoetsen hoe het met de kinderen gaat. Wat weten ze nog, maar vooral: hoe is hun welbevinden?  Het meest frustrerende is dat je niet weet of ze veel opgestoken hebben of net veel kwijt zijn. Er zijn kinderen die we niet gezien hebben en die nu door hun ouders thuisgehouden worden. Daar maken we ons zorgen over. Die kinderen zullen een half jaar geen echt onderwijs hebben gehad, en normaal zien we na twee maanden vakantie al een grote terugval. We vrezen dat het nu enorm gaat zijn.’ 

‘Iedereen heeft zich enorm ingezet . Vooral de online live lessen vroegen veel. Soms lopen er dingen mis, werkt je geluid niet meer en ondertussen weet je dat er ouders mee kijken. Dat maakte sommige collega's heel onzeker. Er was ook veel onderlinge steun. Deze periode heeft getoond dat we echt één team zijn en er staan voor elkaar. De directeur heeft de inzet van iedereen ook meermaals benoemd in zijn mails. Dat deed deugd.’

 

Lesgeven met mondmasker en bril is niet evident

Van het Onze-Lieve-Vrouwinstituut in Sint-Genesius-Rode spreken we drie leerkrachten. Nancy is al 20 jaar leerkracht wiskunde en fysica in de derde graad ASO. Dina geeft haar eerste jaar les, wiskunde in de derde graad ASO en TSO. Anja geeft chemie, wetenschappelijk werk en natuurwetenschappen in de tweede en derde graad ASO en TSO. 

Nancy: ‘In het voorbereiden van de online lessen kruipt heel wat tijd. Het lesgeven op zich valt mee, vooral ook omdat we in 5 en 6 beslist hebben om de klasgroepen samen te zetten. Ik mis wel de interactie met de leerlingen. Vragen stellen via chat loopt niet altijd even vlot, zeker niet voor mijn vakken, omdat ze het moeilijk vinden om wiskundige formules in te typen.’ Dina vult aan: ‘Momenteel ervaar ik deze periode als zeer leerrijk: je leert op een andere manier lesgeven, je gaat anders om met de leerlingen, je zoekt alternatieven voor de gewone lessen... Omdat het mijn eerste jaar in het onderwijs is, bracht het veel extra werk mee. Ik wou mijn oefeningen en theorie uitschrijven op papier, mij voorbereiden zoals normaal, en daarbovenop moest ik Powerpoints maken. Tijdens de paasvakantie heb ik niet anders gedaan dan gewerkt. Daardoor zijn mijn voorbereidingen op papier klaar en kan ik me nu echt focussen op de Powerpoints en de online lessen.’

 

 'Wel frustrerend dat pubers ons werk meer respecteren dan de maatschappij, die deze periode ziet als extra betaalde vakantie voor ons.’

   

Anja: ‘Ik ervaar het als een heel drukke periode, door mijn veelheid aan vakken en klassen, het niet hebben van parallelklassen of parallelcollega's en het feit dat mijn vakken totaal niet computervriendelijk zijn. Maar ik doe het graag, omdat de leerlingen er veel aan hebben en ook echt hun appreciatie tonen. Wel frustrerend dat pubers ons werk meer respecteren dan de maatschappij, die deze periode ziet als extra betaalde vakantie voor ons.’ 

Half mei kwamen de zesdejaars terug. De anderen bleven afstandsonderwijs krijgen. Nancy: De combinatie van thuis les geven en op school lukt als er goed nagedacht wordt over de lessenroosters. Het wordt wel moeilijker nu er meer jaren terugkomen. Doordat de klassen in 2 groepen verdeeld zijn, blijven er ook minder uren beschikbaar om in de andere jaren les te geven, wat niet in het voordeel van de leerlingen is.’

Anja: ‘Het is fijn om terug naar school te gaan, en vooral om de leerlingen terug te zien. Alleen het lesgeven met mondmasker en bril is niet evident.’  Nancy vult aan: ‘De leerlingen houden zich mooi aan de regels: het dragen van mondmaskers, het respecteren van afstand. Drie uur lang praten met een mondmasker is wel warm en vermoeiend.’ Dina: ‘Het is niet altijd even gemakkelijk. Als een leerling een verkeerde uitkomst heeft, kan ik niet even gaan kijken waar hij in de fout ging. Dan is het soms wel zoeken hoe het aan te pakken.’

Anja: ‘Ik maak me wel zorgen dat een aantal leerlingen volgend jaar niet op de juiste plaats zal zitten omdat we niet (correct) zullen kunnen attesteren.’

 

Ook als vakbond bij betrokken

Danny geeft techniek in de eerste graad in De Wijnpers in Leuven. ‘Live lessen zijn niet te vergelijken met gewone lessen. Je ziet niet hoe de leerlingen reageren, en hun ingetypte vragen komen door wanneer jij als leerkracht alweer een heel stuk verder in de les zit. Je moet voortdurend teruggrijpen naar eerdere stukken. En er zijn leerlingen die helemaal niets zeggen. Je stelt vragen, vaak krijg je geen antwoord. Je hebt geen controle over wat er gebeurt aan de andere kant van het scherm.’

Niet al zijn leerlingen beschikken over een computer. ‘De school heeft computers uitgeleend, en indien nodig voor internet gezorgd. Ik merk wel dat heel veel leerlingen problemen hebben met het werken met de computer. Gisteren was er weer een leerling die niets hoorde. Er gaat veel tijd verloren aan het proberen oplossen van zulke problemen.’

Sinds half mei is de school gedeeltelijk heropgestart. ‘Niet dat we er als vakbond veel bij betrokken geweest zijn. Tot de opening van de scholen was er geen overleg. Toen heb ik een rondgang geëist. Het grootste discussiepunt was de afstand tussen de stoelen. Als je leerlingen per tien in een klas wil zetten, is het heel nipt. Er is nauwelijks manoeuvreerruimte. Als er een beetje met stoelen geschoven wordt, klopt het al niet meer.’

 

De school heeft computers uitgeleend, en indien nodig voor internet gezorgd.

 

Het einde van het schooljaar komt eraan, en daarmee ook de evaluaties van de leerlingen. ‘Ik denk dat er dit jaar zo weinig mogelijk leerlingen tegengehouden zullen worden, anders zullen we advocaten op ons dak krijgen. Ik hoop wel dat er dan volgend jaar ook nog soepel mee omgesprongen zal worden, zeker met  die leerlingen die nu een achterstand hebben opgelopen. De kloof tussen de leerlingen die mee zijn en zij die helemaal achterop zitten, is heel groot.’ 

‘Voor sommige leerlingen was dit een zeer moeilijke periode. In face-to-face gesprekken hoorde ik wel eens dat sommige gezinnen het echt moeilijk hebben. Leerlingen die in een klein huisje zonder tuin of terras zitten, samengepakt met nog een paar broers of zussen. En een leerling van wie oma en opa aan corona zijn overleden. Dat is iets anders dan op tv horen dat er doden vallen. Als je dan maar met tien mensen de begrafenis hebt kunnen bijwonen, heeft dat een serieuze impact.’

 

 

Personalization