Nieuw vanaf 1 januari 2021

Een nieuw jaar, dat betekent meestal ook enkele aanpassingen die gevolgen hebben voor je portemonnee.  We zetten de belangrijkste wijzigingen voor jou op een rijtje.

  • Stijging minimumpensioenen:  de laagste pensioenen worden geleidelijk opgetrokken tot 1.500 euro netto voor een volledige loopbaan in 2024.  In 2021 gaat het om een verhoging van 2.65%.  Hiermee komt een minimumpensioen voor alleenstaande op 1.325,92 euro (volledige loopbaan).  De regeling geldt voor de pensioenen van werknemers, zelfstandigen, en statutaire ambenaren.  
  • Stijging minimumuitkeringen werkloosheid:  de laagste werkloosheidsuitkeringen gaan met 1.125 procent omhoog.  Ben je alleenstaande met personen ten laste, dan ontvang je 15,1 euro per maand meer en bedraagt je uitkering 1.357,22 euro.  Alleenstaanden krijgen 12,37 euro per maand bij tot 1.111,90 euro per maand.
  • Stijging lonen voor bedienden en leerkrachten:  voor de naar schatting 470.000 bedienden uit PC 200 wordt het loon geïndexeerd.  Hierdoor gaat hun loon met 0.95 procent omhoog.  Leerkrachten krijgen vanaf 1 januari 1.1 procent meer (in vergelijking met augustus 2018). 

  • Onbelast bijverdienen is niet meer mogelijk.  Enkel voor medewerkers in een sportclub is een overgangsmaatregel voorzien.  Zij kunnen in 2021 tot 6.000 euro per jaar onbelast bijverdienen.
  • Belastingen wagens:  nieuwe wagens worden vanaf 1 januari anders belast.  Voortaan die op een nieuwe CO2-meting gebaseerd.  De meest vervuilende wagens zullen dus het meest betalen. Plug-in hybrides en cng-wagens hebben geen vrijstelling meer.  Voor bedrijfswagens stijgt de belasting. Dit ten gevolge van een aanpassing van de CO2-norm bij de berekening van het belastbaar voordeel. 

  • Geboorteverlof:  in 2021 kan je als vader of meemoeder tot 15 dagen geboorteverlof opnemen in de eerste 4 maanden na de geboorte van het kind. De regeling geldt voor kinderen, geboren na 31 december 2020.  Meer info bij geboorteverlof.

 

Personalization